Schermafbeelding 2015-05-29 om 07.31.51

De campagne is gestart – 2

In dit bericht vind je de links naar de korte video’s waarin mensen zich uitspreken over de plaatsing van windturbinevelden langs de hele horizon, en de visie van Stichting Vrije Horizon.

 

 

 

 

 

 

 

Schermafbeelding 2015-05-27 om 20.15.35

Campagne gestart!!

Inwoners, ondernemers, lokale overheden uit Katwijk, Noordwijk en Zandvoort zijn, in samenwerking met stichting Vrije Horizon en Bureau Aan Zee (Noordwijk)  gestart met een campagne om de Ministers Schultz – Van Hagen en Kamp te overtuigen dat de keuze voor windturbineparken in het zicht van de Hollandse Kust een uitermate slechte keuze is.

Er wordt op verschillende manieren campagne gevoerd. Onder andere wordt gebruik gemaakt van ‘testimonials’ (korte video’s), waarin bekende en minder bekende Nederlanders hun mening geven over dit voornemen. De inwoners, ondernemers en bezoekers van de kustgemeenten worden opgeroepen een petitie te tekenen wanneer zij ook vinden dat deze windturbinevelden achter de horizon geplaatst moeten worden. Ook vragen wij u en hen zoveel mogelijk een zienswijze in te dienen bij het Ministerie van I&M, door invullen van het formulier op deze web pagina. Dit moet uiterlijk 3 juni ingevuld en opgestuurd zijn!!! Download hier argumenten die u op uw zienswijze-formulier kunt invullen. U kunt natuurlijk ook zelf andere argumenten invullen. Hoe meer, hoe beter. Dat laat de ministeries zien hoe dit onderwerp leeft bij inwoners, bezoekers, ondernemers en alle andere betrokkenen die een vrij uitzicht en de bijna meditatieve rust die hiervan uitgaat zo waarderen.

De link naar de korte video’s worden ook op deze pagina gezet. In een apart bericht, wat geactualiseerd wordt bij elke nieuwe video.

Deel dit bericht met zoveel mogelijk mensen. Vraag hen ook de petitie te tekenen en een zienswijze (voor 4 juni!) in te vullen en op te sturen. Alleen massale activiteit kan de ministers ervan overtuigen dat IJmuiden Ver ‘by far’ een betere optie is.

 

Schermafbeelding 2015-05-25 om 10.35.17

58,9 miljard of 70,9 miljard euro?

De Algemene Rekenkamer – Stimulering van duurzame energieproductie (SDE+)

De Algemene Rekenkamer zet vraagtekens bij de haalbaarheid van de energiedoelstellingen 2020 en 2023. Zij adviseert om de bestaande subsidieregeling SDE+ 2014 om te voldoen aan de doelstellingen van het energieakkoord,  € 58,9 miljard te verhogen met € 12 miljard…..! Of te accepteren dat de energiedoelstellingen niet gerealiseerd worden. Oorzaak? Te weinig (lange termijn) visie en achterblijvende opbrengsten ten opzichte van de plancijfers. Beide argumenten ondersteunen onze visie voor het plaatsen van de windturbinevelden op IJmuiden Ver. Daar kan vrijwel direct begonnen worden en heeft voldoende ruimte om uit te breiden om alsnog aan de doelstellingen voor 2023 te voldoen. Kost wat extra, maar dan ‘doen we wel wat we hebben afgesproken’. Voor de duidelijkheid: die uitbreidingsmogelijkheid om te voldoen aan de doelstellingen zijn er niet op de velden die de Minister nu voorstaat, de Hollandse Kust.

Om het hele rapport te lezen, klikt u hier. Veel leeswerk, maar zeer verhelderend. Zie ook de tabel op pagina 25. Wind op zee draagt in 2023 21% bij aan de 16% doelstelling. Met andere woorden, 2,3% van onze totale energievoorziening. En kijk ook op pagina’s 46 – 49.

Hierna zijn de conclusies en aanbevelingen uit het rapport overgenomen.

Conclusies

Realisatie doelen 2020 en 2023 onder druk

In diverse studies is de afgelopen tijd vastgesteld dat Nederland de bindende doelstelling om in 2020 14% van de verbruikte energie afkomstig te laten zijn uit hernieuwbare bronnen, hoogst waarschijnlijk niet gaat realiseren. Ook de in het Energieakkoord opgenomen afspraak voor 2023, waarin de lat op 16% is gelegd, is bij gelijkblijvend beleid niet haalbaar. De meest recente verwachting (oktober 2014) is dat het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in 2020 waarschijnlijk op 12,4% in 2020 en op 15,1% in 2023 uit gaat komen. Deze signalen zijn door de minister van ez tot op heden niet aangegrepen om zijn beleid bij te sturen. De minister houdt vast aan de meest optimistische interpretatie van alle onderzoeksuitkomsten. In werkelijkheid zit echter niet alles mee.

De sde+ is veruit het belangrijkste beleidsinstrument waarmee het Rijk werkt aan de doelen voor 2020 en 2023. De regeling zit relatief goed in elkaar. Daardoor heeft aanpassen van het instrument sde+ zelf weinig effect op het bereiken van de doelen. Extra sde+ budget voor windparken op zee vanaf 2015 zou de doelen wél haalbaar maken. Openstelling van de sde+ voor projecten in het buitenland beperkt het benodigde extra budget. Alternatieve beleidsopties, zoals meer energiebesparing en uitfasering van maatregelen die het gebruik van fossiele brandstoffen bevorderen, zouden gezien de snel naderende doelrealisatiedata al in 2015 moeten worden uitgewerkt. Het is niet zeker of langs die weg voldoende resultaat kan worden geboekt.

EZ-beleid rond sde+ houdt geen rekening met onderproductie

De sde+ zal waarschijnlijk minder energie uit hernieuwbare bronnen opleveren dan de verwachting die het kabinet had bij het afsluiten van het Energieakkoord in 2013. Dat heeft onder meer te maken met de behoudende manier waarop de subsidieregeling door de minister van ez wordt ingezet. De totaal beschikbare sde+ subsidie is afgestemd op de maximale energieproductie die theoretisch per project haalbaar is. Lopende sde en sde+ projecten leveren echter gemiddeld 26% minder op dan dit maximum. De weinige sde+ projecten die al energie leveren kennen een nóg hogere onderproductie (39%). Subsidieontvangers kunnen de onderproductie in latere jaren inlopen, maar gezien de achterliggende oorzaken is het onwaarschijnlijk dat alle projecten op afzienbare termijn maximaal zullen gaan produceren.

Door vast te houden aan het theoretische maximum verkleint de minister van ez het risico op financiële overschrijdingen bij de sde+, maar zijn benadering brengt wel grote risico’s voor de doelrealisatie met zich mee.

Stijgende subsidiebudgetten risico voor efficiëntie sde+

De sde+ zit op tal van onderdelen beter in elkaar dan de voorgaande subsidieregelin- gen mep en sde. Het gefaseerde veilingmechanisme dat in de sde+ wordt gebruikt bij de toewijzing van subsidie werkt tot nog toe goed: het stimuleert ondernemers om tegen zo laag mogelijke kosten energie uit hernieuwbare bronnen op te wekken. Deze prikkel is echter minder sterk aan het worden doordat de subsidiebudgetten al fors zijn verhoogd en wellicht nog verder zullen worden verhoogd om de doelstellingen in 2020 en 2023 te kunnen halen. Naarmate het risico kleiner wordt dat er in latere fasen geen budget meer beschikbaar is, zullen ondernemers minder geneigd zijn om hun projecten al in een vroeg stadium (en dus voor een lager subsidiebedrag) in te schrijven. Het wordt daardoor nog belangrijker dat de basisbedragen, waarvan de maximale subsidiehoogte afhankelijk is, goed worden vastgesteld. De regeling zou efficiënter kunnen worden als de concurrentie groter werd, bijvoorbeeld door openstelling van de sde+ voor projecten in het buitenland. Als de concurrentie toeneemt zou de efficiëntie van de subsidieregeling bovendien kunnen worden vergroot door aanvragen goed te keuren op volgorde van de hoeveelheid benodigde subsidie in plaats van op volgorde van kostprijs.

Tweede Kamer krijgt beperkt inzicht in bijdrage en kosten sde+

De minister van ez maakt niet duidelijk welke bijdrage de sde+ zou moeten leveren aan het behalen van de beleidsdoelen. Dit maakt het voor de Tweede Kamer niet moge- lijk om te bepalen of de opbrengst van de sde+ mee- of tegenvalt. De begrotingscijfers voor de sde en sde+ geven bovendien geen informatie over de werkelijk te verwachten uitgaven in een gegeven jaar, omdat ze zijn gebaseerd op onrealistische aannames en niet worden aangepast gedurende een kabinetsperiode.

Versterking sde+ goedkoper bij openstelling voor buitenland

Om de doelen voor 2020 en 2023 tóch te bereiken is veel extra geld nodig. Het Rijk zou tot 2023 € 12,8 miljard aan extra subsidieverplichtingen moeten aangaan. Dit is 22% meer dan in het huidige beleid (2011-2023). De betalingen van de subsidies voor de sde+ zouden met enige vertraging eveneens sterk toenemen, met € 9,6 miljard alleen al voor 2015-2030.

Door de sde+ ook open te stellen voor energieproductie in andere eu-lidstaten zouden de doelen kunnen worden gehaald met minder extra geld. De bedragen uit de modelberekening zijn indicatief, maar de berekening laat wel zien dat het om flinke verschillen gaat. Het Rijk zou zich tot € 3,5 miljard minder extra subsidie-uitgaven hoeven te verplichten, wat tot 2030 € 2,7 miljard aan betalingen zou schelen. Kanttekening is wel dat daar nog onbekende en door ons niet in te schatten indirecte kostenposten tegenover staan. Deze ontstaan vooral door mogelijk minder toename van werkgelegenheid en technologische kennis in Nederland en door benodigde investeringen in uitbreiding van de infrastructuur voor energietransport in en naar het buitenland.

Kosten van afzien van realisatie doelen onzeker

Het is ook voorstelbaar dat het kabinet ervan afziet om de doelen voor energie uit her- nieuwbare bronnen te realiseren. Dit is mogelijk zonder het risico op sancties van de Europese Commissie. Tegen betaling kan Nederland overschotten aan hernieuwbaar opgewekte energie in andere eu-landen laten meetellen voor het Nederlandse saldo. Welke kosten aan deze uitruil zijn verbonden is nog onzeker. Dit zal sterk afhangen van de vraag hoeveel ‘overschotten’ aan energie uit hernieuwbare bronnen er tegen 2020 her en der in de EU zijn, en hoeveel EU-landen er tegen die tijd in de knel zijn gekomen bij het halen van hun beleidsdoelen. Voorstelbaar is daarnaast dat er negatieve effecten zijn op het realiseren van de overige afspraken uit het Energieakkoord.

Geen langetermijnstrategie voor duurzame energievoorziening

Het kabinet streeft naar een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Die ambitie is nog niet uitgewerkt in een stappenplan na 2023.

Dat maakt het moeilijk om de samenhang tussen korte- en langetermijn plannen te beoordelen. Bij- en meestook van biomassa in kolencentrales is bijvoorbeeld op korte termijn nodig om de beleidsdoelen voor 2020 en 2023 te kunnen halen. Het is echter zaak om houdbare oplossingen te ontwikkelen voor de problemen rond het gebruik van biomassa voor energieproductie. Allereerst moet worden nagedacht over de vraag voor welke doelen en sectoren de (uiteindelijk beperkte) beschikbare biomassa inzet- baar is. Het materiaal zal van belang zijn voor sectoren waar biomassa op lange ter- mijn de enige duurzame optie lijkt te zijn, zoals de chemische industrie, luchtvaart en vrachtverkeer. Daarnaast is het zaak te onderzoeken in hoeverre het laten groeien, kappen en verbranden van diverse typen biomassa duurzaam is, gelet op de co2-uit- stoot en de effecten op de voedselvoorziening. Tot slot zorgt de toenemende vraag naar biomassa waarschijnlijk voor voortdurend stijgende biomassaprijzen. De sde+ in zijn huidige vorm kan hier niet goed mee overweg. Hoewel de urgentie van de korte termijndoelen duidelijk is, lijkt het ons verstandig om in gedachten te houden dat Nederland na 2023 nog een lange weg te gaan heeft.

Aanbevelingen

Wij doen de minister van ez de volgende aanbevelingen:

  • Kies in 2015 voor een realistisch scenario om te zorgen dat Nederland de doelenvoor energie uit hernieuwbare bronnen in 2020 en 2023 haalt, inclusief een tijdpad en een specificatie van de extra uitgaven die nodig zijn voor versterking van de SDE+ of andere beleidsopties. Of kies er expliciet voor om minder dan de gestelde doelen te halen en herzie daartoe de afspraken uit het Energieakkoord.
  • Houd bij de raming van subsidieverplichtingen rekening met het feit dat er gemid- deld minder energie wordt geproduceerd dan het beoogde maximum. Kies voor een zekere mate van ‘overboeking’ (meer subsidieaanvragen goedkeuren dan waar- voor op papier budget beschikbaar is) en/of voor het reserveren van meer geld in de begroting.
  • Overweeg om de volgorde waarin projecten kunnen meedingen naar sde+-subsi- dies niet te laten afhangen van de kostprijs van energie, maar van de hoeveelheid subsidie die moet worden uitgekeerd.
  • Ga na welke informatieverplichtingen zouden kunnen worden opgelegd aan sde+- subsidieontvangers opdat de basisbedragen per techniek accurater kunnen worden vastgesteld. Kijk hiervoor ook naar voorbeelden in andere eu-landen.
  • Maak voor de Tweede Kamer jaarlijks inzichtelijk in hoeverre Nederland met de sde+ op koers ligt. Wees daarbij duidelijk over de energieproductie die de sde+ moet stimuleren, inclusief de tussenstappen per jaar, en over de hoeveelheid geld die nodig is om de beleidsdoelen te halen.

* Bied de Tweede Kamer realistische informatie over de verwachte uitgaven in een gegeven jaar aan de mep, sde en sde+. Neem deze informatie op in de ez-begroting, samen met een verwachting van de hoeveelheid middelen die in de begro- tingsreserve zal worden gestort.

  • Zoek houdbare oplossingen voor het gebruik van biomassa voor energieproductie uit hernieuwbare bronnen. Denk hierbij aan de verdeling van biomassa over ver- schillende toepassingen en de inpassing van stijgende biomassaprijzen in de sde+.
  • Plaats de beleidsvoornemens rond de sde+ in een langetermijnstrategie voor de overgang naar een volledig duurzame energieopwekking in 2050.
thumb

Protest in Noordwijk

Op 19 mei hebben protesterende ondernemers en bewoners uit Noordwijk, Zandvoort en Katwijk hun ongenoegen geuit over het voornemen een muur van windturbines te plaatsen in het zicht van deze gemeenten. Zij (en wij ook) begrijpen niet dat dit kabinet en de leden van de Tweede Kamer deze velden niet achter de horizon willen plaatsen. En daarbij geen acht slaan op de economische gevolgen voor deze kustgemeenten. Een schadepost voor ondernemers van minimaal € 65 miljoen per jaar.

Voor het complete verslag van RTVWest, klik hier.

verzet-facebook_7-52

Voorlichtingsavond Rijksstructuurvisie Wind op Zee

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu organiseert  19 mei een  inloopbijeenkomst  over het voornemen tot aanwijzing van de gebieden binnen de 12 mijlszone. Tijdens deze bijeenkomsten kunt u zich laten voorlichten over het waarom van de plaatsing van vele honderden windmolens in het zicht van de kust!

Zoals u weet zijn wij een groot voorstander om deze molens achter de horizonuit het zicht te plaatsen. Kost 2% extra, maar schaadt daarbij niet de natuur en de werkgelegenheid langs de kust.

Waar: Congrescentrum De Leeuwenhorst, Langelaan 3, 2211 XT Noordwijkerhout. Tijdstip: dinsdag 19 mei vanaf 18.00 uur tot 21.00 uur.

Zeer veel bezorgde ondernemers en bewoners, maar ook raadsleden en wethouders van Noordwijk, Zandvoort en Katwijk zullen hier aanwezig zijn om hun ongenoegen kenbaar te maken.

Kom ook!!

Om voorbereid te komen, kunt u de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee lezen. Klik hier.

Vergeet vooral niet om ook uw handtekening te zetten onder de petitie om de windturbines te Ver-zetten naar IJmuiden Ver. Waar? Hier! Oh ja, en vraag ook alle vrienden, kennissen, kinderen, kleinkinderen en iedereen die u maar kent, hetzelfde te doen. En neem zoveel mogelijk mensen mee naar Noordwijkerhout. Maak er een manifestatie van!!

 

 

tweede kamer

Energierekening omlaag – Volkskrant 6-5-2015. Houdt De Volkskrant ons voor de gek?

De Volkskrant schrijft in een (onderstaand na te lezen) artikel dat de energierekening omlaag gaat. Als belangrijkste oorzaken geven zij aan:

  1. Dalende olieprijzen op de wereldmarkt
  2. Betere afstemming tussen de onderlinge netwerken met omliggende landen
  3. Goedkoper inkopen van elektriciteit in met name Noorwegen (witte stroom uit waterkracht) en Duitsland (door Duitsers gesubsidieerde stroom die de Duitsers op dat moment over hebben)

Hoewel het artikel duidelijk lijkt in zijn kop, laat een nadere analyse iets anders zien.

  1. Van die € 200 is € 150 voor de automobilisten. Lagere benzineprijzen. Dit heeft niets te maken met de maandelijkse energierekening.
  2. Slechts € 50 komt ‘ten goede’ aan de huishoudens. Laten wij eens verder rekenen.

Wij vergelijken 2005 en 2014 met elkaaren komen tot de volgende cijfers (na inflatie correctie):

  • De elektriciteitsrekening in euro is in die tijd met (afgerond) 6,5% omlaag gegaan. Dat vind je wel terug op de maandelijkse energierekening.
  • Het verbruik van elektriciteit is met (opnieuw afgerond) ruim 7% gedaald.
  • De gasrekening is in die periode gedaald met 1,7% (na inflatie correctie). Ook dat vind je terug op de maandelijkse energierekening.
  • Het verbruik van gas is gedaald met 11,9%

Lastig lezen en daarom even in een tabel weergegeven voor de periode 2005 tot 2014:

VERBRUIK                           ENERGIEREKENING                                      

Electriciteit                        –    7%                                                    – 6,5%

Gas                                    – 11,9%                                                   – 1,7%

Wanneer het elektriciteitsverbruik met 7% is gedaald en de rekening van elektriciteit met 6,5%, wanneer het gasverbruik met 11,9% gedaald is  en de rekening met 1,7%, hoe kun je dan tot de conclusie komen dat de energierekening omlaag gaat? Lijkt mij een onjuiste conclusie. Zeker ook nog eens als je stelt goedkoper te kunnen inkopen en de olieprijzen in die tijd met ca 50% gedaald zijn. Mogelijk dat Nijpels dit nog even door zijn ‘fact checken’ heen kan halen.

Wanneer je het artikel goed leest, en daarbij ook de grafieken goed bekijkt, kom je tot de conclusie dat er (veel) minder energie verbruikt wordt. Met andere woorden: de verbruiker gaat verstandiger om met energie. En dat is – in ieder geval voor de ‘huishoudens’ waar altijd aan gerefereerd wordt – precies wat in het Energieakkoord staat. De meeste besparing komt uit verstandiger met energie omgaan en je woning isoleren.

Schermafbeelding 2015-05-06 om 12.59.37

Wij vragen ons echt af of die vele tientallen miljarden investeringen in herwinbare energie wel écht noodzaak is. Het Europese verdrag zegt namelijk, dat in 2020 14% van het verbruik uit herwinbare energie moet bestaan. Er staat niet dat wij dit zelf moeten produceren. En dat is precies wat dit artikel weergeeft in de hierboven omschreven tweede reden. Minder kosten door slimmer inkopen. En dan te bedenken dat de consument straks opdraait voor het verschil tussen de prijs van ‘fossiel gewonnen electriciteit (nu ca 4 ct/kwh) en de door de SDE+ gegarandeerde opbrengsten per kWh van 14,5 cent.

In onze ogen is voor Nederland een strategie om te investeren in Nederland als kennisland vele malen interessanter. Zie ook de presentaties van het internationale Thorium symposium in Delft door hier te klikken. Met 1 miljard investering kan Nederland zich nestelen tussen de top van die landen die hier kennis (en geld) in investeren. Dat is nog eens iets anders dan windturbines en zonnepanelen inkopen, of bomen versnipperen voor biomassa. Daarmee ‘krik je de kennis niet op’ en – dankzij de CO2 emissiehandel – breng je ook de CO2 uitstoot niet terug. Kom op minister Kamp. Wanneer je als kabinet de mond vol hebt – en dit als speerpunt in het beleid opneemt – om Nederland als kennisland te profileren, dan zijn we met de nu ingeslagen weg totaal verkeerd bezig. Dit doet ons denken aan de periode vlak voor het doorprikken van de Internet bubbel. Zoveel mogelijk geld verbranden, dat was toen de maat voor succes. en € 80 miljard is nog steeds heel veel!

Hieronder kun je het artikel en de bijbehorende grafieken uit De Volkskrant nalezen.

Schermafbeelding 2015-05-06 om 12.59.24