Vrije Horizon in beroep bij Raad van State (en ander updates)

UPDATE!!

De datum voor de beroepsprocedure bij de Raad van State is bekend.

30 mei om 10.00 uur. Adres: Den Haag, Kneuterdijk 22.

Deze zitting is openbaar. Wanneer je bij de beroepsprocedure wiltbijwonen, dien je uiterlijk 15 minuten van tevoren aanwezig te zijn. Een identificatiebewijs is verplicht.

Wij hopen dat veel belangstellenden deze procedure zullen bijwonen.

Het is even stil geweest in de berichtgeving vanuit Vrije Horizon. Dat was een zelfverkozen stilte. Waarom? Ook Vrije Horizon is natuurlijk teleurgesteld in de reactie van de 2′ Kamer om de uitbreiding tot 10 mijl mogelijk te maken. Er is een goede engelstalige uitdrukking voor: “in your face’. Kabinet en Kamerleden (de meesten niet gehinderd door kennis hieromtrent) gaan ervan uit dat dit hekwerk ‘soms zichtbaar zal zijn’. Ze vertrouwen op de Minister EZ, die aangeeft dat dit hekwerk 35% van de tijd zichtbaar zal zijn. Vrije Horizon komt op basis van langjarige KNMI metingen op 65% – 75%. Toch een heel ander plaatje.

Waarom die ‘zelfverkozen stilte’? Vrije Horizon wilde zich juridisch goed voorbereiden op een beroep bij de Raad van State. Dat kost tijd en vereist zorgvuldigheid. Die fase hebben we nu achter de rug. 26 januari heeft Vrije Horizon, mede namens dertien andere belanghebbenden (privé en belangenorganisaties) beroep ingediend bij de Raad van State. Dit beroep heeft geen opschortende werking. Maar uit ervaring weten wij dat de industrie liever geen tender indient zolang de Raad van State zich niet heeft uitgesproken.

Hoe lang gaat dit duren? Over het algemeen zal een beroep dat onder de ‘Crisis en Herstelwet’ valt, binnen een half jaar behandeld worden. Zodra wij de exacte datum door krijgen, zullen wij daarover berichten. Ook in de verwachting dat (veel van) onze lezers aanwezig willen zijn bij de beroepsprocedure.

Hoe nu verder?

Momenteel ligt de  Concept Notitie Reikwijdte Detailniveau kavelbesluiten III en IV Hollandse Kust (zuid) ter inzage.  Klik op deze link voor alle informatie. Hierop kan tot 2 februari 23.59 uur een zienswijze ingediend worden. Deze notitie, samen met de ingediende zienswijzen, zijn input voor de Milieu Effect Rapportages (MER).

Wanneer de MER uitgevoerd is, komt hiervan een aankondiging, vergezeld van een voorlopig kavelbesluit voor Kavels III en IV. Deze kavels liggen voor de Hollandse Kust Zuid, op 18 km uit de kust. 65% van de tijd zeer goed zichtbaar! Op dit ‘voorlopig besluit’ kan weer een zienswijze ingediend worden. Wij verwachten dat dit in augustus/september 2017 ingediend kan worden.

Na indienen van de zienswijzen op de kavelbesluiten zal er een definitief kavelbesluit genomen worden door het dan zittende kabinet. Wij verwachten dat dit eind 2017 begin 2018 zal plaatsvinden. Tegen deze kavelbesluiten is beroep bij de Raad van State mogelijk.

Vrije Horizon is in elk geval van plan dit hele proces- indien nodig – te doorlopen. Wij zijn er nog steeds van overtuigd dat IJmuiden Ver een beter alternatief is. Dit wordt versterkt door de laatste tender voor Borssele III en IV, gewonnen door een ‘Nederlands consortium’ bestaand uit Shell, Eneco, Van Oord en Mitshubishi. Kosten per kWh 5,45 eurocent. En dat terwijl ECN en de Minister EZ rekenden met 12,4 ct/kWh.  Waarom wij denken dat IJmuiden Ver een beter alternatief is, moge inmiddels duidelijk zijn. Maar wij laten ook de rijksoverheid in onderstaande tabel even aan het woord (bron: MER Borssele III en IV). Alleen op kosten scoort IJmuiden Ver iets slechter. Dit houdt echter geen rekening met de 7% meer windopbrengst. De vraag die deze minister, maar ook het volgend kabinet zich moeten stellen is: gaan we voor ‘zo voordelig mogelijk’ of gaan we voor ‘zoveel mogelijk windenergie’? Waarbij de uitkomsten van ‘zo voordelig mogelijk’ bij ons in elk geval ter discussie staat.

schermafbeelding-2016-10-11-om-10-18-36

Windpark op Noordzee zonder subsidie!

 

 

Het Duitse EnWB bouwt een windpark op de Noordzee van 900 MW. Zonder daarvoor subsidie nodig te hebben. Nul euro subsidie!! Toch heel bijzonder, wanneer je de argumenten leest waardoor dit mogelijk wordt. “Het He Dreiht-windpark komt dichtbij andere windvelden van EnBW. Dat leidt tot synergie en kostenefficiëntie, stelt het bedrijf in een verklaring. Hierdoor zijn er lage kosten om elektriciteit op te wekken en kan het windpark worden neergezet zonder subsidies”.

Zoals Vrije Horizon al sinds 2014 aan de ambtenaren van EZ uitlegt (maar daar blijkbaar niet aankomt): Bij elkaar plaatsen in grote getale levert kostenvoordeel op! Dit Duitse park komt op ruim 80 km uit de kust van Helgoland. Dicht bij andere parken van EnBW. Vergelijkbaar met plaatsing op IJmuiden Ver. De argumenten dat het netwerk van TenneT ‘niet op tijd klaar zou zijn’ of ‘veel duurder (3 miljard euro)’ zou worden, houden geen stand. Enerzijds omdat TenneT zelf in een verklaring aangeeft voor 2023 wel 1 park van 700 MW te kunnen aansluiten op IJmuiden Ver, en in een andere verklaring beweert nog niet zover te zijn. Noem het merkwaardig, of tegenstrijdig. Anderzijds, omdat inmiddels duidelijk is dat IJmuiden Ver en de Doggerbank op termijn toch volgezet worden met windturbines. En daarvoor heb je kabels nodig. Nu kost – onze berekeningen op basis van de vergunde opdracht voor Borssele – de aanleg van 2100 MW op IJmuiden Ver ca € 400 miljoen extra. Vraag is, wat ‘extra’ inhoud als je deze kabels (een paar jaar later) toch moet aanleggen. Is het niet verstandig om dit soort investeringen te doen wanneer de rente heel laag staat, zoals nu?

En wat beslist (inmiddels demissionair) minister Kamp: plaatsing op 18,5 km uit de kust is voordeliger!! Volgens ons niet. Kost 6 miljard euro subsidie volgens de laatste quotes van de minister. Of kiest het nieuwe kabinet voor 0 euro subsidie en gaat voor 6000 MW op IJmuiden Ver? En daarna voor 20.000 MW (Shell) verder op zee? Veel, groot en dicht bij elkaar. Dat levert voordeel op. Wij zullen het de onderhandelende partijen vragen dit onderwerp e maken bij de lopende kabinetsformatie.

Lees het artikel in het FD en vergelijk het met de door Vrije Horizon aangevoerde argumenten. Fact check.

Wat zijn de werkelijke kabelkosten? Fact check

Vrije Horizon bestrijdt al sinds het prille begin de plannen van de Minister EZ dat IJmuiden Ver zoveel duurder zal zijn als de Minister EZ ons wil laten geloven. Het was echter – tot nu – niet mogelijk om echt de vinger te krijgen achter de netwerkkosten (TenneT). Reden: concurrentiegevoelig, en dus niet openbaar.

Aan alles komt een eind. Ook aan het ontbreken van deze gegevens. Bij de tender van Borssele III en IV is bekend geworden wat de kosten voor kabel en aanleg hiervan zijn.  Wat wij meenemen in onze berekening is dat ECN aan Vrije Horizon heeft laten weten dat ‘tot een afstand van ca. 90 km uit de kust de door TenneT voorgestelde netwerkconfiguratie zonder extra tussenstations mogelijk is’. In andere woorden: De meerkosten voor het netwerk worden alleen bepaald door kabellengte. De meerkosten voor onderhoud, diepte etc. worden volgens ECN  in het rapport kosten wind op zee 2016  goedgemaakt door de meeropbrengsten.

De meerkosten van windparken (exclusief netaansluiting) in gebieden als IJmuiden Ver, waar de inves- teringen duidelijk hoger liggen dan voor de Hollandse Kust, worden in deze doorrekening bijna geheel gecompenseerd door de hogere elektriciteitsproductie ten gevolge van de hogere windsnelheid. De snelle introductie van grote windturbines van 8 MW maakt het mogelijk om de hogere windsnelheid ook effectief te benutten voor kostprijsverlaging. Het aantal vollasturen loopt uiteen van ca. 4000 uur voor de Hollandse Kust (zuid) tot ca. 4300 voor IJmuiden Ver, wat correspondeert met een ca. 7% hogere elektriciteitsproductie voor IJmuiden Ver dan voor Hollandse Kust (zuid). Ook de lage kosten van kapitaal zorgen ervoor dat de hogere investeringskosten makkelijker terugverdiend kunnen wor- den door een hogere elektriciteitsproductie. Tevens is de bouwtijd van windparken korter geworden. Hierdoor wordt er sneller elektriciteit geproduceerd, zodat inkomsten eerder beschikbaar komen.’ (bron ECN – kosten wind op zee 2016, pagina 1 alinea 2)

Resten dus de kabelkosten. Welnu, hierbij de berekeningen zoals Vrije Horizon die loslaat op de gewonnen tender bij Borssele III en IV. Gebaseerd op de persberichten van de winnaars, NKT kabels (Denemarken) en Van Oord (Nederland).

  1. De meerafstand tussen Hollandse Kust Zuid en IJmuiden Ver bedraagt ca 60 kilometer. Toevallig dezelfde afstand als van Borssele naar het aanlandpunt, ook  twee kabels van elk 60 kilometer.
  2. Er komen op IJmuiden Ver / Hollandse Kust drie verdeelstations, met elk twee kabels naar de kust. Totaal zes kabels, elk van zestig kilometer, totaal driehonderdzestig kilometer.
  3. De opdracht die NKT in de wacht sleept voor de kabels, heeft een orderwaarde van € 77 miljoen.
  4. De opdracht die Van Oord in de wacht sleept voor het baggeren, heeft een orderwaarde van € 70 miljoen. Opgeteld € 147 miljoen.
  5. Om de meerkosten voor IJmuiden Ver te berekenen – zes kabels in plaats van twee) moet dit bedrag dus met een factor drie vermenigvuldigd worden.
  6. Volgens Vrije Horizon zijn de meerkosten voor IJmuiden Ver dus (3 x € 147 miljoen = ) € 441 miljoen.

Dit valt ruim binnen de bandbreedte die Vrije Horizon altijd al aanhield, te weten € 400 – € 600 miljoen. Wij begrijpen nog steeds niet dat de Minister EZ nog steeds schermt met € 1,6 miljard. Wij vragen ons dus nog steeds af welk kamerlid dit tot zich door laat dringen en de Minister EZ om opheldering vraagt. Iets voor Agnes Mulder (CDA), de enige partij die geen plaatsing binnen de 12 mijlzone wenst?

 

(klik op de afbeeldingen om deze te vergroten)

schermafbeelding-2017-01-26-om-12-06-15schermafbeelding-2017-01-26-om-12-01-55

 

Henk Kamp geeft toelichting op werkzaamheden

Minister Kamp niet transparant

 De afgelopen weken werd door het ministerie van EZ regelmatig gevraagd ‘wanneer de validatie’ van het rapport van Ardo de Graaf Advies zou komen. En natuurlijk, transparant als wij zijn, hebben wij de validatie  afgelopen donderdag volledig  publiek gemaakt, dus ook aan het ministerie (voor deze documenten, zie de blog van 14 november).

Echter, in de beantwoording (hier) aan de Kamer beperkt de minister zich tot de rapporten van 14 september, zoals gevraagd door de Kamer, en gaat hij jammer genoeg voorbij aan de validatie door DNV GL en de aanpassingen op advies van DNV GL door De Graaf en SVH aangebracht in het rapport van De Graaf. Dit is weergegeven in een addendum bij het oorspronkelijke rapport.

Daarnaast publiceert de minister een nieuw rapport van ECN  (hier), waarin – het spijt ons dat te moeten constateren – geen onderbouwing van de genoemde cijfers te bekennen valt. Transparantie? Daar doen we niet aan.

Natuurlijk reageert SVH naar de kamer op deze stukken van de minister. Deze reactie vindt u hier.

Zijn wij de enigen die zich druk maken om zoveel gebrek aan transparantie? Nee, zeker niet. Vandaag doen de burgemeesters van de getroffen kustgemeenten een  oproep in De Volkskrant (hier): ‘Politiek, laat een historische beslissing niet ontaarden in een historische vergissing!!’.  En ook in Trouw een blog (hier), met een heel belangrijke conclusie: wat je niet vraagt, hoef je ook niet te beantwoorden. En dat is precies wat de minister doet. Hij stelt vragen die hém uitkomen om zijn doelstelling te realiseren en negeert dat wat niet welgevallig is.

Wij hebben ook Ardo de Graaf gevraagd om een reactie op de kamerbrief van de minister. Zijn reactie vindt u hier. Ook hij concludeert dat de minister een zeer onvolledige reactie geeft, selectief citeert, en toewerkt naar conclusies die de minister goed uitkomen. Wat SVH betreft geen ministeriële opstelling.

 

schermafbeelding-2016-11-08-om-10-05-20

Plaatsing windpark op IJmuiden Ver niet duurder dan Hollandse Kust.

Deze zomer heeft Stichting Vrije Horizon (SVH) geconcludeerd dat het plaatsen van windturbineparken verder uit de kust aanmerkelijk voordeliger is dan door minister Kamp werd gepresenteerd. Dit op basis van verkennende onderzoeken in opdracht van SVH aan ECN en duurzaamheidsadviseur Ardo de Graaf.

De Graaf concludeerde op basis van langjarige KNMI metingen en benchmarks van buitenlandse off shore windparken dat de tarieven waarmee ECN en de minister rekenen veel te hoog zijn. De recente inschrijvingen bij Borssele en Krigers Flak (DK) bevestigen deze conclusies.

SVH koos ervoor om de verkenning van De Graaf te laten valideren door Det Norske Veritas Germanischer Lloyd (DNV GL) een wereldwijd opererend bureau op energiegebied.

Tijdens de eerste beoordeling heeft DNV GL een aantal aanbevelingen gedaan.  Stichting Vrije Horizon heeft Ardo de Graaf Advies gevraagd deze aanbevelingen uit te werken. De uitwerking hiervan is met DNV GL besproken en verwerkt in een zelfstandig leesbaar addendum op het rapport AdG van 9 september. Dit addendum, opgezet als een voor dit dossier tot dusverre nog niet uitgevoerde verkennende overzichtsstudie, is wederom aan DNV GL ter beoordeling gegeven. Dit addendum is, samen met de    validatie van DNV GL en een begeleidende brief waarin de belangrijkste conclusies samengevat zijn, aan EZ en de leden van de Tweede en Eerste Kamer verstuurd.

De validatie concludeert dat nauwkeuriger moet worden gekeken dan op basis van verkennend onderzoek, maar laat de belangrijkste conclusie intact. Volgens de aanwijzingen van DNV GL blijkt de opbrengst van IJmuiden Ver hoger dan bij de eerdere verkenning, namelijk 8-8,5% als gevolg van meer wind. De hogere opbrengsten zijn, gerekend met de tarieven van Borssele, voldoende om de meerkosten van ontwikkelen op IJmuiden Ver te compenseren. De door de minister genoemde meerkosten zijn ingehaald door de snelle ontwikkelingen op dit gebied.

Volgens SVH kunnen de doelstellingen voor 2023 uit het energieakkoord ook gehaald worden wanneer de Kamer besluit tot plaatsing op IJmuiden Ver in plaats van op de Hollandse Kust. Niet onbelangrijk: dit besluit zal bijdragen aan het versneld realiseren van de Parijse klimaatdoelstellingen doordat op deze locatie ruimte is voor bijna drie keer zoveel capaciteit. Geen versnippering op verschillende locaties, maar concentratie op één locatie. Met daarbij behorende schaalvoordelen.

IMG_7210

Windpark op IJmuiden Ver brengt realisatie Energieakkoord in stroomversnelling

Rekenmodel ECN voor kosten wind op zee niet meer geschikt voor locatiekeuze

Zandvoort, 14  september 2016    Windenergie op IJmuiden Ver kan veel goedkoper worden gerealiseerd dan tot nu toe werd aangenomen. Dit blijkt uit cijfers en berekeningen van ECN, en op basis van onderzoek door Ardo de Graaf Advies, bijeengebracht door Stichting Vrije Horizon (SVH). Op basis van deze onderzoeksresultaten is er alle reden om aan te nemen dat realisatie van 2100 megawatt (MW) op IJmuiden Ver goedkoper is en een economisch beter alternatief biedt dan plaatsing voor de Hollandse Kust. 

IJmuiden Ver heeft bovendien ruimte voor 6600 megawatt (MW) windenergie. Realisatie van windenergie op deze locatie betekent een enorme stap voorwaarts bij de uitvoering van het Energieakkoord. Concreet gaat het om een surplus van 4500 MW. Dat is goed voor de energievoorziening van ruim vijf miljoen huishoudens. SVH pleit ervoor om de onderzoeken nadrukkelijk te betrekken bij de besluitvorming.

Energieakkoord

In het Energieakkoord is afgesproken dat in 2023 op de Noordzee 4450 MW-windenergie gerealiseerd moet zijn. Hiervan is bijna 1000 MW gerealiseerd. De resterende 3500 MW is gepland voor de Zeeuwse en Hollandse Kust. De locaties in Zeeland zijn al aangewezen en de eerste vergunningen bij Borssele zijn inmiddels verstrekt. Voor de kust van Noord- en Zuid-Holland loopt de procedure nog. Het kabinet wil de parken, nodig om 2100 MW-windenergie te kunnen realiseren, plaatsen in het zicht van de kust vanaf 10 mijl. Naar verwachting gaat het om enkele honderden turbines van 200 meter hoog. De enige reden voor de aanleg van parken op deze afstand is, dat dit goedkoper zou zijn. Later dit jaar spreekt de Tweede Kamer over wind op zee voor de Hollandse Kust.

Uitzicht

Door de komvorm van de Hollandse Kust hebben windturbines in het zicht van de kust een onevenredig grote impact op het vrije uitzicht. Vanaf Bergen tot Hoek van Holland zal een horizon vullend hekwerk aan turbines te zien zijn. Dat betekent dat het unieke vrije uitzicht op een ongerepte horizon geschiedenis wordt. Ook in de nacht omdat windturbines zijn verlicht met knipperend rood licht. De internationale trend is dat zeer grote off shore parken juist ver uit de kust worden gerealiseerd.

Goedkoper

In een brief aan de Tweede Kamer (2016) schrijft minister Kamp dat plaatsing van windturbines voor de Hollandse Kust 1,3 miljard euro goedkoper is dan plaatsing op IJmuiden Ver. De minister baseert zich hierbij op berekeningen van ECN en Decisio. Maar door technische innovaties en door de uitgangspunten van het ECN-rekenmodel blijkt de locatie Hollandse Kust suboptimaal.

ECN-onderzoek

SVH heeft ECN gevraagd de meerkosten voor IJmuiden Ver van 1,3 miljard euro toe te lichten en op zoek te gaan naar mogelijkheden om die meerkosten te verlagen. ECN heeft daartoe de volgende mogelijkheden onderkend:

  1. De inkoopvoordelen van een grootschalige(r) aanbesteding, op één aaneengesloten locatie.
  2. De laatste technologische ontwikkelingen (grotere turbines).
  3. De financiële voordelen bij een optimalere plaatsing van de windturbines, waardoor minder ‘windschaduw’ optreedt en er een hogere opbrengst wordt gerealiseerd.

Deze voordelen van maximaal 1,26 miljard euro werden aan het eind van het onderzoek door ECN teruggebracht tot een verwacht voordeel van slechts 300 miljoen euro. Bovendien kon ECN het uitgangspunt, de 1,3 miljard euro meerkosten van IJmuiden Ver, niet adequaat onderbouwen, vanwege dataveroudering. ECN was niet in staat om de eigen rekenmethode aan te passen aan de laatste financiële en technische ontwikkelingen. Daarom heeft SVH de twee onderzoeksvragen opnieuw voorgelegd aan een derde partij: Ardo de Graaf Advies.

ECN deelt wel de conclusie dat het zeer waarschijnlijk is dat het eerder berekende verschil in kosten van 1,3 miljard euro voor IJmuiden Ver ten opzichte van Hollandse Kust, op basis van de door SVH gestelde vragen, aanmerkelijk lager kan uitvallen.

Extra validatie

De validatie is uitgevoerd door Ardo De Graaf Advies. Deze concludeert dat ontwikkeling op IJmuiden Ver een gunstiger scenario oplevert in vergelijking met de Hollandse Kust dan uit het rapport van ECN blijkt. Dit wordt veroorzaakt door;

  1. Een duidelijk lager startpunt voor de meerkosten van IJmuiden Ver: geen 1,3 miljard euro, maar 650 miljoen euro.
  2. De Graaf acht van de 1,26 miljard euro potentieel voordeel van ECN bijna 1 miljard euro realistisch, gezien de recente kostenontwikkelingen.
  3. Daarnaast ziet hij nog extra voordelen door meer wind en toepassing van 380 kV-kabels op IJmuiden Ver, van ca 700 miljoen euro.

Positief effect van innovatie en lagere financieringskosten

De techniek voor wind op zee is in een innovatieve stroomversnelling terecht gekomen. De windturbines worden hoger en hebben een hoger rendement, terwijl de kosten voor de aanleg juist dalen. Dat betekent dat de overheid minder subsidies dan gereserveerd hoeft te verstrekken aan de bedrijven die de parken realiseren. Een zeer actueel voorbeeld is de tender in Borssele. Volgens het ministerie van Economische Zaken betekent het winnende bod een besparing op van € 2,7 miljard euro ten opzicht van eerdere berekeningen.

De twee gegunde kavels in Borssele hebben betrekking op 700 MW geïnstalleerd vermogen. Dit is een vijfde deel van de totaal te realiseren hoeveelheid wind op zee in 2023. Als de door de minister genoemde besparing van € 2,7 miljard euro juist is, zou extrapolatie hiervan naar de geplande 3500 MW 13,5 miljard euro goedkoper uitpakken dan aanvankelijk werd voorzien.

Het verschil tussen de raming van het ministerie van Economische Zaken en de werkelijkheid van de aanbesteding is mede te verklaren doordat ECN binnen het gebruikte model rekent met een onrealistische fictieve financieringsrente van 8,35 procent. Met de al gereserveerde subsidies kan, op basis van de uitkomsten van Borssele, een flink deel van de extra capaciteit op IJmuiden Ver van 4500 MW op IJmuiden Ver gerealiseerd worden.

Plus op het Energieakkoord

Beide rapporten komen tot de conclusie dat het investeringskostenverschil tussen Hollandse Kust en IJmuiden Ver veel lager is dan de modelmatig berekende 1,3 miljard euro. SVH concludeert dat ontwikkeling van 2100 MW op IJmuiden Ver goedkoper is dan voor de Hollandse Kust.

Daarmee is het argument dat de economische schade aan de kust aanmerkelijk minder zou zijn dan de meerkosten voor IJmuiden Ver niet valide, ongeacht hoe men over de schade aan de kust denkt.

Bovendien zal de plaatsing van 2100 MW op IJmuiden Ver de realisatie van de overige 4500 MW op die locatie versnellen, omdat het voorbereidende werk dan al is uitgevoerd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om sneller dan gepland op zee extra windvermogen te realiseren. Een plus op het energieakkoord dus, die past binnen de budgettaire kaders.

SVH roept de politiek op de genoemde onderzoeken nadrukkelijk te betrekken bij de besluitvorming over wind op zee en stelt haar expertise graag ter beschikking. 

Noot voor de redactie:

Heeft u naar aanleiding van dit bericht nog vragen dan kunt u contact opnemen met de voorzitter van de Stichting Vrije Horizon, Albert Korper. Dat kan via telefoon 06 52 42 05 27 of via e-mail vrijehorizon@gmail.com.

Bijbehorende rapporten kunt u vinden op www.vrijehorizon.nl.

 

Links naar de samenvatting en rapporten.

SVH – white-paper-samenvatting-onderzoeken-kosten-hollandse-kust-en-ijmuiden-ver

ECN –  Kosten IJmuiden Ver in relatie tot Hollandse Kust E-16-023

Ardo De Graaf Advies – Benchmarking Onderzoek offshore wind Hollandse Kust en IJmuiden Ver

IMG_0018

Een windhek vóór de horizon is echt niet slim

Dat is de kop boven de column van Vincent Dekker in Trouw (klik hierop 9 september. Vrije Horizon is het daar hartstochtelijk mee eens.

Wij hebben met toenemende verbazing de door Greenpeace aangehaalde argumenten gelezen. ‘We hebben elke ruimte nodig op zee’. Waarom dan niet op land, vragen wij ons af. Niet dat we daar voorstander van zijn, integendeel! Wij denken dat Greenpeace de plannen tot 2050 nog niet bestudeerd heeft. Daarin wordt een groot deel van de Noordzee geïndustrialiseerd. Niet alleen met windturbines, ook met andere vormen van energiewinning, zeewier-boerderijen enz. In de presentaties van Infrastructuur en Milieu die wij mochten bijwonen, was er dan sprake (na 2023) van plannen ver uit de kust. Diezelfde strategie kunt u – voor windturbines – ook lezen in het eerder door ons aangehaalde interview met de heer Eecen van ECN.

Wij stellen ons samen met de heer Dekker, de vraag of, wanneer je de energietransitie wilt doen slagen, draagvlak mogelijk een van de mede-bepalende factoren is. Vrije Horizon vindt van wel. En dat is wat Greenpeace en het kabinet met dit gedrag en deze uitlatingen niet van de grond krijgen. Waarom zou je, als er voldoende ruimte is voor windturbines verder uit de kust, in een prachtig stuk natuurbeleving een hek van turbines willen plaatsen? € 3 miljard duurde, stelt de Minister. Vertraging, zegt Greenpeace. Laten we wel wezen, de € 3 miljard die de minister noemt, blijft niet overeind, gezien de winnende tender van Dong in Borssele. En de twee jaar vertraging die Greenpeace noemt? Er zijn 2 ‘meetpunten’. 2020 en 2023. Voor respectievelijk 14% en 16% herwinbare energie.Niet 2021, niet 2022, nee, 2023. En laten nu net de ambtenaren van EZ en I&M verklaard hebben dat 2023 voor IJmuiden Ver realiseerbaar is!!

Vrije Horizon zal op 14 september de resultaten van twee onderzoeken overhandigen aan de colleges van B&W van de betrokken kustgemeenten en genodigde kamerleden. En aantonen dat IJmuiden Ver een veel beter alternatief is dan de kleinere locaties voor de Hollandse Kust. (Dit verklaarde Siemens overigens al in deze  presentatie in 2014, dia 10. Wij citeren: ‘Select IJmuiden Ver area as the main focus area’ en ‘Nearshore area is a nice-2-have for future projects’

logo

Indienen zienswijzen lastig – morgen laatste dag

Wij kregen van meerdere kanten te horen dat het indienen van de zienswijze niet mogelijk is. Dat is vandaag ook onze ervaring. Daarom heeft Vrije Horizon contact opgenomen met het Bureau Energieprojecten.

Men erkende dat er een probleem is. Dit zou morgen opgelost zijn. Daarop heeft Vrije Horizon het onderstaande afgesproken met Bureau Energieprojecten en per email bevestigd:

“1. Momenteel werkt het elektronisch opsturen van de zienswijzen voor de volgende formulieren niet:
a. Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport Transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid) – hierna te noemen ‘zienswijze transmissiesysteem’
b. Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapporten kavelbesluiten I en II Hollandse Kust (zuid) – hierna te noemen ‘zienswijze kavelbesluiten’.
2. Ik heb u aangegeven van meerdere kanten vernomen te hebben dat men daar de afgelopen dagen ook problemen bij ondervond.
3. U geeft aan dat dit alleen vandaag een probleem is, en dat dit morgen opgelost moet zijn. (Dit is helaas in tegenspraak met eerdere ervaringen van anderen, die dit ook afgelopen week al ondervonden)
4. Ik stuur u – als bijlagen bij dit bericht – de zienswijze kavelbesluiten van de Stichting Vrije Horizon per email aan uw adres: monique.dahm@rvo.nl
5. Morgen stuur ik – ervan uitgaand dat de elektronische manier van indienen dan wel correct werkt – de zienswijze transmissiesysteem via het elektronische formulier op via de link https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-transmissiesysteem-op-zee
6. Mocht ik er niet in slagen punt 5 te voltooien, m.a.w. het probleem bestaat nog, dan stuur ik u alsnog de zienswijze transmissiesysteem per e-mail naar u toe.
7. Indien punt 6 van toepassing is, houdt u de mogelijkheid tot het indienen van beide zienswijzen een week langer open. De sluitingsdatum wordt dan 17 maart, 23.59 uur. Dit stelt ons in staat om diegenen die de zienswijzen niet hebben kunnen indienen, alsnog te informeren over de mogelijkheid dit ook via e-mail naar uw adres te sturen.”

Dit betekent in concreto dat iedereen vandaag zijn/haar zienswijze kan opsturen naar monique.dahm@rvo.nl

Of – als je daarvoor kiest – morgen opnieuw per elektronisch formulier jouw zienswijzen kunt indienen via onderstaande links.

Dat kan natuurlijk ook via de links in de onderstaande berichten over dit onderwerp.

Hulp bij het invullen van de zienswijze concept Transmissiesysteem op zee

Betreft: Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid) (hierna; conceptnotitie kabelaanleg)

Leeswijzer

Dit document is bedoeld als leidraad om jouw argumenten voor de zienswijze voor de conceptnotitie kabelaanleg te selecteren.

Het staat je vrij hier toevoegingen bij te maken en/of je eigen woordkeuze te gebruiken.

Per argument staat beschreven op welk deel van de ‘concept notitie kabelaanleg’ dit betrekking heeft. De hele ‘concept notitie’ kun je inzien op:

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/concept%20NRD%20milieueffectrapport%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet.pdf

Het digitale formulier waarop je jouw zienswijze kunt indienen, vind je op: 

https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-transmissiesysteem-op-zee

Hieronder de argumenten die wij van belang achten. Dit suggereert niet dat dit compleet is. In vet de locatie in het document, met daaronder het betreffende stuk tekst. In cursief ons verzoek voor meer informatie en/of aanvullend onderzoek. Let op: hoe meer zienswijzen er binnenkomen, hoe beter. Vertrouw er dus niet op dat de zienswijze van Stichting Vrije Horizon voldoende is. Men rekent in Den Haag al op honderden zienswijzen. Stel hen niet teleur.

Let op: Wij maken ook nog een ‘zienswijze argumenten’ document voor de ‘Kavelbesluiten 1 en 2’. Dat is een andere zienswijze op een ander rapport. Daar krijg je later bericht over. Nu kun je alvast deze zienswijze indienen. Succes en bedankt. (en vergeet niet zoveel mogelijk vrienden en familie te vragen ook hun zienswijze in te dienen).

Argumenten en verzoeken om meer informatie 

P 7 derde alinea 

Door de investeringen in infrastructuur op zee bij TenneT te bundelen, ontstaan synergievoordelen, zoals voordelige  financiering, inkoopvoordeel, standaardisatievoordeel en voordeel door kennisontwikkeling. TenneT zal daarbij samenwerken met alle relevante partijen

 

Is er een openbare / Europese aanbesteding geweest waaruit blijkt dat de gunning aan TenneT ook de meest competitieve aanbieding was? Zo ja, waar is deze te consulteren? Zo niet, is dit dan mogelijk in strijd met Europese aanbestedingsregels?

 

P 9 – footnote

Een back-up kabel is een extra kabel met als doel de beschikbaarheid van het transmissiesysteem te verhogen. Als er bijvoorbeeld één kabel wordt beschadigd kan alle transport via de tweede kabel blijven doorgaan.

Wanneer beide kabels beschadigd worden, zal er geen levering meer vanaf het platform kunnen plaatsvinden. Graag zouden wij onderzocht zien wat de verwachte reparatieduur is en wat het effect hierop is voor de leveringszekerheid van stroom. Ook zouden wij graag inzage krijgen in het back-up plan voor dit scenario.

P 12 – Routekaart voor windenergie op zee, column ‘korte inhoud’ 

Het uitgangspunt voor de routekaart is dat de opgave voor windenergie op zee het meest kosteneffectief kan worden gerealiseerd door uit te gaan van een nieuw concept van netbeheerder TenneT voor een transmissiesysteem op zee, zoals ook aangegeven in de kamerbrief ‘Wetgevingsagenda STROOM’

Er wordt gesteld dat dit concept, uitgevoerd door TenneT, het meest kosteneffectief is. Is dit een open Europese aanbesteding geweest? 

1. Graag zouden wij een toelichting ontvangen van de overige inschrijvingen op dit project.

2. Graag zouden wij de berekeningen van en de netprijzen per kWh / Mw inzien op basis waarvan TenneT de leveringen gaat uitvoeren zoals per Wet Stroom geregeld wordt.

P 14 – Inpassingsplan, tweede alinea, laatste regel.

Een toelichting waarin onder andere ingegaan wordt op de mogelijke gevolgen van het project voor de omgeving (milieu, natuur, archeologie, veiligheid en (ander) gebiedsgebruik).

Graag zouden wij specifiek onderzocht willen zien wat de mogelijke gezondheidseffecten zijn van aanleg en gebruik op bewoners, strandbezoekers en waterrecreanten. Wij denken hierbij aan mogelijke stralingseffecten / (wisselende capaciteit van) de magnetisch veld effecten.

Graag zouden wij onderzocht zien wat de economische effecten zijn van aanleg en gebruik voor ondernemers langs de kust. 

P 20 – Netinpassing – tweede alinea pagina 20

Het hoogspanningsstation Beverwijk (380 kV) is in aanbouw en is conform de huidige planning in 2016 operationeel. Het nieuwe station wordt opgenomen in de toekomstige Randstad 380Noordring, die volgens planning in 2019 gereed zal zijn. Op het hoogspanningsstation Beverwijk zijn de benodigde vier velden beschikbaar om TOZ HKZ aan te sluiten, hier is geen uitbreiding nodig.

Het hoogspanningsstation Vijfhuizen (380 kV) is in aanbouw. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt ook opgenomen in de toekomstige Randstad 380Noordring. Op het hoogspanningsstation Vijfhuizen is er voldoende ruimte voor een uitbreiding met de benodigde vier velden waarop TOZ HKZ aangesloten kan worden.

Gezien de vele bezwaren die kleven aan de aanlandingspunten Wateringen, en de mogelijke schaalvoordelen die ontstaan bij concentratie van activiteiten, zouden wij graag onderzocht willen zien hoe het scenario eruit ziet bij plaatsing van 2100 MW opgesteld vermogen op IJmuiden Ver en het gebruik van de aanlandingspunten IJmuiden en Vijfhuizen. Volgens onze berekeningen zijn de gezamenlijke aanlandingspunten van Beverwijk en Vijfhuizen in staat om 2800 Mw te faciliteren en sluit daarbij aan op de mogelijkheden meer capaciteit op IJmuiden Ver te plaatsen. Bovendien is er mogelijk sprake van schaalvoordelen die momenteel niet of onvoldoende onderzocht zijn, en kan men mogelijk een versnelling in het realiseren van de doelstellingen  2020 en 2023 bewerkstelligen. 

P 22 – eerste alinea na tabel

Tabel 2.1. Lengtes kabeltracés op land en zee

Conclusie: de totale lengte van de kabeltracés (op zee en op land) vanaf de platforms in het windenergie gebied HKZ naar de hoogspanningsstations Wateringen en Maasvlakte is het kleinst, dit betekent lagere kosten dan aansluiting op de hoogspanningsstations Beverwijk en Vijfhuizen.

In deze conclusie wordt uitsluitend gekeken naar kabelkosten en aanlegkosten. Graag zouden wij een onderzoek zien naar de maatschappelijke effecten en kosten van deze tracés. 

P 22 – tweede alinea na tabel

Combinatie aansluiting op Maasvlakte en Wateringen

TenneT heeft  ook onderzoek gedaan of het interessant is om één platform aan te sluiten op hoogspanningsstation Maasvlakte en één platform op hoogspanningsstation Wateringen. Deze combinatie is niet interessant, want bij de aanleg van twee kabeltracés inclusief twee transformatorstations zijn er meer effecten op het milieu, meer hinder tijdens de aanlegfase en zijn de kosten hoger. Daarnaast is het beheer en de organisatie van de aanleg complexer.

Deze Concept Notitie Reikwijdte etc. gaat over het aanleggen van 2 kavels met in totaal 700 MW. Vanuit die optiek is een onderzoek naar een combinatie aansluiting overbodig (en heeft men dit onderzoek mogelijk uitgevoerd in aanloop naar de twee extra locaties welke voor de HKZ in optie staan. Aangezien TenneT blijkbaar vooruitloopt op nog te nemen besluiten, verzoeken wij u een aanvullend onderzoek te doen naar  de gevolgen van volledige plaatsing van 2100 MW op IJmuiden Ver en het aanleggen van het TOZ naar de stations Beverwijk en Vijfhuizen. 

P 25 – laatste alinea  p 25, verder op p. 26

In het MER onderscheiden we de volgende tracé-alternatieven en varianten.

Tracé-alternatief 1 – Wateringen

Vanaf de twee platforms op zee gaan de kabels via een zo kort mogelijke route naar land. De aanlanding van de kabels is ten zuiden van Kijkduin en Den Haag, en vervolgens gaan de kabels over land naar hoogspanningsstation Wateringen.

 

Waarom wordt een alternatief onderzocht voor twee platforms op zee terwijl er volgens onze gegevens voor 700 MW opgesteld vermogen slechts 1 platform noodzakelijk is? Loopt TenneT hierbij niet vooruit op nog te nemen besluiten? 

Mocht TenneT hierop vooruitlopen – wij begrijpen dat dit strategisch noodzakelijk kan zijn – dan verzoeken wij u ook een dergelijk onderzoek naar het alternatief IJmuiden Ver te laten uitvoeren, uitgaand van plaatsing van de volledige 2100 MW opgesteld vermogen op IJmuiden Ver en aanlanding op de stations Beverwijk en Vijfhuizen.

P 30 – 2.3.1 laatste alinea, verder op p. 31.

De platforms op zee van TOZ HKZ dienen niet als stapsteen naar verder gelegen windenergiegebieden en het Noordzeenet, dit is vastgelegd in het ‘Scenario Windenergie op Zee’ [lit. 11, bijlage I]. Voor windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) is er wel sprake van een verder weg gelegen windenergiegebied, maar het verbinden van het platform in dit verder gelegen gebied met een eigen kabel naar de kust is slimmer en goedkoper. De afstand tot de kust is zodanig kort dat de voor wisselstroom noodzakelijke blindstroomcompensatie niet halverwege de kabel nodig is. Dit levert binnen het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) ook wat meer ruimte op om windturbines te plaatsen, doordat een extra tracé voor de kabels uit het verder gelegen gebied achterwege kan blijven.

 Dit lijkt ons in tegenspraak met de conclusie uit het Decisiorapport  ‘Regionale effecten windmolenparken op zee (2016)’. Hierin wordt gesteld dat het daarin genoemde ‘alternatief B’ (o.m. plaatsing van 700 MW op Hollandse Kust west) € 700 miljoen extra kost, terwijl hier gesteld wordt dat een ‘eigen kabel slimmer en goedkoper’ zou zijn. Graag zien wij de onderbouwing van de claim dat een aparte kabel naar een verder weg gelegen gebied ‘slimmer en goedkoper’ zou zijn..

P 31 – laatste alinea

De realisatie van de platforms Alpha en Beta worden gerealiseerd in respectievelijk 2021 en 2022 conform de uitrol van de Routekaart voor windenergie op zee (Staten Generaal, 2014).

Graag zouden wij onderzocht willen zien hoe deze plandata zich verhouden tot het realiseren van de doelstellingen 2020, de haast die telkens genoemd wordt in het aanbesteden en operationeel zijn van de velden voor de Hollandse Kust, en de geplande in gebruik name van deze platforms na 2020.

P 32 – 2.3.2. Vier kabelsystemen op zee

Vanaf elk platform lopen twee 220 kV kabels naar de kust. In totaal omvat het systeem dus vier kabels op zee. Deze kabels transporteren wisselstroom met een spanningsniveau van 220 kV. Het kabelsysteem op zee bevat drie fasen per kabel. De benodigde breedte voor het tracé van de 220 kV kabels is opgebouwd uit:

• de afstand tussen de kabels: 200 m;

• een onderhoudszone aan weerszijden van de kabelcorridor: 500 m;

  • de totale strookbreedte van de kabels op zee is daarmee 1.600 m (3×200 m+2×500 m).

Graag zouden wij onderzocht willen zien naar de kwetsbaarheid van deze kabelsystemen voor beschadigingen van buitenaf (zoals oorlog, terrorisme,), en welke noodplannen er zijn bij dergelijke calamiteiten om de stroomvoorziening te garanderen. Dit onderzoek zou, voor een goed vergelijkbaar resultaat) voor alle tracés moeten worden uitgevoerd en meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming voor elk tracé.

P 37 en verder – In de tabel is de kolom ‘Aspect’ als indicatie genomen.

Aspect – Natura 2000

Wij verzoeken u de effecten zoals beschreven in uw beoordelingscriteria niet te willen beperken tot deze Concept Notitie, maar deze in het groter geheel van alle effecten van plaatsing en tracés van windturbines op zee te onderzoeken. Het gaat tenslotte om het cumulatieve effect van alle voornemens en de hiervoor te nemen compenserende maatregelen.

Aspect – flora en fauna

Wij verzoeken u de effecten zoals beschreven in uw beoordelingscriteria niet te willen beperken tot deze Concept Notitie, maar deze in het groter geheel van alle effecten van plaatsing en tracés van windturbines op zee te onderzoeken. Het gaat tenslotte om het cumulatieve effect van alle voornemens en de hiervoor te nemen compenserende maatregelen.

Wij verzoeken u ook te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van elektromagnetische velden en laagfrequente geluidsgolven onder water op zee(zoog)dieren hebben.

Wij verzoeken u te onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de toenemende stranding van potvissen en andere zeezoogdieren en de toenemende industriele benutting van de Noordzee.

Wij verzoeken u te onderzoeken wat de effecten op de leefomgeving van zee(zoog)dieren zijn van concentratie van de bouw op één locatie (IJMuiden Ver) ten opzichte van de bouw op verspreide locaties.

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij verzoeken u dit advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Aspect – landschap

Zichtbaarheid platforms op zee – Wij verzoeken u ook onderzoek te doen volgens de kwantitatieve methode en aan te geven of en hoe vaak de platformen zichtbaar zijn vanaf de kust.

Ook verzoeken wij u een belevingsonderzoek onder strandbezoekers en kustbewoners te doen naar de zichtbaarheid van deze platformen en de effecten hiervan op de (geestelijke) volksgezondheid. 

Aspect – veiligheid / scheepvaart

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming.

Aspect – hinder

Wij verzoeken u in uw onderzoeken mee te nemen of het effect van de aanleg van (verspreide) windturbinevelden een andere aanslag pleegt op de leefomgeving van de bestaande en trekkende habitat dan bij de aanleg van grotere, geconcentreerde velden verder op zee. Tevens verzoeken wij u aan te geven op welke criteria men meent te moeten kiezen voor elk van beide alternatieven, voorzien van een wegingsfactor voor elk der criteria.

Aspect – recreatie

Wij verzoeken u uw onderzoek uit te breiden met een kwantitatief onderzoek teneinde de hoeveelheid recreanten in kaart te brengen waarop de kwalitatieve effecten op van toepassing zijn.

Bijlage –  Persbericht

Schermafbeelding 2016-03-03 om 12.13.59

Hulp bij het invullen van de Zienswijze Kavelbesluiten

Betreft: Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapporten kavelbesluiten I en II Hollandse Kust (zuid) – hierna te noemen MER kavelbesluiten I en II.

Leeswijzer

Dit document is bedoeld als leidraad om jouw argumenten voor de zienswijze (een ‘Zienswijze’ is een document waarop wij als burger kunnen aangeven welke informatie wij missen en waarop wij extra onderzoek zouden willen zien) voor de MER kavelbesluiten I en II te selecteren. Het staat je vrij hier toevoegingen bij te maken en/of je eigen woordkeuze te gebruiken.

Per argument staat beschreven op welk deel van de ‘MER kavelbesluiten I en II’ dit betrekking heeft.

De ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER kavelbesluiten I en II’ kun je inzien op:

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/Conceptnotitie%20reikwijdte%20en%20detailniveau%20kavelbesluiten%20I%20en%20II%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet_0.pdf

Het digitale formulier waarop je jouw zienswijze kunt indienen, vind je op: 

https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-kavelbesluiten-I-en-II

Hieronder de argumenten die wij van belang achten. Dit suggereert niet dat dit compleet is. In vet de locatie in het document, met daaronder het betreffende stuk tekst. In cursief ons verzoek voor meer informatie en/of aanvullend onderzoek. Let op: hoe meer zienswijzen er binnenkomen, hoe beter. Vertrouw er dus niet op dat de zienswijze van Stichting Vrije Horizon voldoende is. Men rekent in Den Haag al op honderden zienswijzen. Stel hen niet teleur.

Let op: Wij hebben ook een ‘zienswijze argumenten’ document gemaakt voor de ‘Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport Transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid)’. 

Dat is een andere zienswijze op een ander rapport. Zie voor meer info onze site www.vrijehorizon.nl. Nu kun je deze zienswijze indienen, maar ook de andere. Succes en bedankt. (en vergeet niet zoveel mogelijk vrienden en familie te vragen ook hun zienswijzen in te dienen).

Ter verduidelijking een deel van de procedure (zie pagina 2 van de Notitie:  https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/Conceptnotitie%20reikwijdte%20en%20detailniveau%20kavelbesluiten%20I%20en%20II%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet_0.pdf)

Procedure

“De besluiten worden in een vaste volgorde genomen met de volgende mogelijkheden voor inspraak of beroep:

• Eerst kunt u inspreken op de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau die beschrijft  wat er onderzocht zal worden. U kunt daarbij aangeven wat er naar uw mening in het milieue ectrapport (meer, of anders) onderzocht moet worden om tot een (ontwerp)besluit te komen.

• Als het onderzoek naar de milieueffecten is afgerond, kunt u inspreken op de ontwerpbesluiten en aangeven wat er volgens u aan veranderd zou moeten worden.

  • Definitieve kavelbesluiten en de besluiten die worden genomen onder de rijkscoördinatieregeling staan open voor beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de Rijksstructuurvisie is geen beroep mogelijk”. 

Dus: als je nu geen zienswijze indient, kun je t.z.t. niet in beroep gaan bij de Raad van State!!

Hieronder de tekstdelen of het gehele document dat je kunt invoegen op het digitale formulier (https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-kavelbesluiten-I-en-II)

Pagina 7 – alinea 1

Op dit moment wordt een aanvulling opgesteld op de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee voor het gebied Hollandse Kust, waarin ook een strook binnen de 12 mijlszone wordt aangewezen (zie paragraaf 2.1.7).

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij begrijpen in het licht van dit advies de ‘aanvulling op de Rijksstructuurvisie windenergie op zee voor het gebied Hollandse Kust’ niet. Wij verzoeken u het advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden ten aanzien van de windturbinevelden in het zicht en binnen de 12-mijlzone. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Pagina 7 – alinea 2

Nationaal waterplan 2 (NWP2) en Beleidsnota Noordzee 2016-2021

Voor de periode 2016-2021 is het Noordzee beleid verder uitgewerkt in het nationaal waterplan 2 (NWP2) en als onderdeel hiervan in de nieuwe Beleidsnota Noordzee 2016-2021. Het ontwerp van beiden hee  ter inzage gelegen tot en met 22 juni 2015. Op 28 juli 2014 is de Noordzee 2050 gebiedsagenda aan de Tweede kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2013-14, 33 450, nr. 24). Aangezien de Noordzee 2050 gebiedsagenda en het masterplan voor de energie van de Noordzee tussen 2030 en 2050/2060 betrekking hebben op de middellange en lange termijn, en de kavelbesluiten voor Hollandse Kust (zuid) op korte termijn genomen dienen te worden, heeft  de Noordzee 2050 gebiedsagenda geen concrete betekenis voor de MER-en voor de kavelbesluiten.

Wij kunnen bovenstaande opmerking niet anders duiden dan dat het plan is de MER-en niet verder te onderzoeken dan de effecten tot 2023. Wij verzoeken u om een meer holistische benadering, waarbij u de cumulatieve effecten van alle plannen tot 2050 – en die zijn aanzienlijk – onderzoekt. Voor een MER wordt gekeken naar de cumulatieve effecten. Deze zullen na 2023 aanzienlijk toenemen. Derhalve ons verzoek om uw MER-en horizon uit te breiden met de plannen tot 2050 en de resultaten van dit onderzoek mee te nemen in uw besluitvorming. Dit voordat er onomkeerbare besluiten genomen worden die onze Noordzee qua milieu qua leefbaarheid voor flora en fauna ernstige – en door een korte termijn horizon – zogenaamd onvoorziene schade kunnen toebrengen.

Pagina 8 – 2’ alinea laatste regels.

Ook nemen de kosten voor het aanleggen en onderhouden van de platforms toe. De aansluiting op de reeds aangewezen gebieden zorgt ervoor dat de vrije horizon in andere gebieden behouden blijft.

Deze tekst wekt de suggestie dat ‘vrije horizon’ van belang is in de afweging van dit besluit. Helaas, niets is minder waar. Gebruikmaking van de zone tussen 10 – 12 mijl voor de Hollandse Kust geeft het grootste deel van de Nederlandse kust – met het grootste aandeel in toerisme – zicht op een industrieel hekwerk. Het aanzien van een ver-industrialiseerde Noordzee. Wij verzoeken u in het kader van deze MER verder te onderzoeken wat het effect is op de beleving van de Noordzee bij deze strandbezoekers bij uitvoering van deze plannen. Daarnaast verzoeken wij u te onderzoeken in hoeverre de beleving van een hekwerk aan windmolens zichtbaar vanaf de hele Hollandse kust effecten heeft op de volksgezondheid, het vermogen om – aan het strand – te ontprikkelen, te ontspannen en hierbij experts op dit gebied te raadplegen. Wij verzoeken u in dit onderzoek het alternatief van plaatsing uit het zicht te betrekken en te onderzoeken of de toekomstige kosten voor de volksgezondheid opwegen tegen de in dit document genoemde ‘besparingen’.

Pagina 10 – Alinea 1

een onderbouwing van de noodzaak van uitbreiding van het gebied Hollandse Kust met een strook tussen de 10 en 12 NM

De onderbouwing van de noodzaak is gebaseerd op – beperkte – financiële parameters. In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij begrijpen in het licht van dit advies de ‘aanvulling op de Rijksstructuurvisie windenergie op zee voor het gebied Hollandse Kust’ niet. Wij verzoeken u het advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden ten aanzien van de windturbinevelden in het zicht en binnen de 12-mijlzone. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

een visualisatie en beschrijving van de landschappelijke gevolgen aan de hand van de criteria zichtbaarheid, beleving en dominantie

De gebruikte visualisatie – ervan uitgaand dat u het hebt over het visualisatietool van het ministerie van I&M – , hoe schokkend op zichzelf, geeft geen realistisch beeld van de veel ernstiger werkelijkheid. Wij verzoeken u opnieuw onderzoek te doen op basis van werkelijke beleving door strandbezoekers naar de werkelijke gevolgen voor zichtbaarheid en landschapsdominantie voor het grootste deel van de Nederlandse – en voor 100% van de Hollandse kust.

Pagina 10 – 2.1.7 Kader Ecologie en Cumulatie (KEC)

Ecologie is een belangrijk onderwerp voor de belangenafweging bij het realiseren van windparken op zee. Daarom is door Rijkswaterstaat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, en het ministerie van Economische Zaken een toetsingskader gemaakt, dat moet worden toegepast bij toekomstige besluitvorming over windenergie op zee. Aan de hand van dat toetsingskader zal bij het nemen van ruimtelijke besluiten, zoals de toekomstige aanwijzing van windenergie- gebieden en kavelbesluiten, worden beoordeeld of uitgesloten kan worden dat een windpark op zee afzonderlijk, of in cumulatie met andere windparken en andere activiteiten, ongewenste effecten op de ecologie zal hebben. Dat kader wordt het ‘Kader Ecologie en Cumulatie’ genoemd.

Wij verzoeken u, in tegenstelling tot wat op pagina 7 van deze Notitie vermeld wordt, de horizon voor de cumulatieve effecten te verbreden en daar alle plannen tot 2050 bij te betrekken. Alleen dan kan men tot een (strategisch) inzicht komen van de cumulatieve effecten van de exploitatie van de Noordzee.

Pagina 11 – alinea 5

Volgens het concept scenario wind op zee wordt het transmissiesysteem op zee zodanig ontworpen dat het mogelijk is om op termijn de verder uit de kust gelegen windenergiegebieden met wisselstroom aan te sluiten op de platforms in de windenergiegebieden uit de routekaart. De platforms fungeren dan als “stapsteen”.

In de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid) staat op pagina 30 de volgende opmerking: “De platforms op zee van TOZ HKZ dienen niet als stapsteen naar verder gelegen windenergiegebieden en het Noordzeenet, dit is vastgelegd in het ‘Scenario Windenergie op Zee’ [lit. 11, bijlage I].” 

Deze opmerking is strijdig met Alinea 5 op pagina 11 van deze notitie. Graag ontvangen wij een extra toelichting waarom deze strijdigheid bestaat en wat het juiste concept is.

Pagina 12 – alinea 4

Onderzoek naar de locatiekeuze in de MER-en

In de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee is nagegaan of windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) geschikt is voor de realisatie van windenergie. In deze structuurvisie zijn de e ecten van windenergie in het gebied Hollandse Kust (zuid) op het detailniveau van een structuurvisie onderzocht vanuit de aspecten ecologie, scheepvaartveiligheid, overige gebruiks- functies (olie en gas, visserij, zandwinning etc.), geologie en hydrologie, landschap (zichtbaarheid) en cultuurhistorie en archeologie. Hierbij is ook gekeken naar de geschiktheid ten opzichte van de overige voor windenergie aangewezen gebieden (IJmuiden Ver, Hollandse Kust, Ten noorden van de Waddeneilanden, Borssele). In de MER-en is een nader onderzoek naar de geschiktheid van het gebied Hollandse Kust (zuid) voor windenergie dan ook niet nodig. Wel zal op hoofdlijnen de vergelijking tussen de gebieden worden gemaakt. Uiteraard zullen de MER-en wel in detail ingaan op de effecten van windenergie in het gebied zoals deze te verwachten zijn bij de realisatie van de uit te geven kavels.

De locatiekeuze is gedaan op financiële argumenten. De milieu- en leefbaarheidsargumenten zijn daar niet in meegenomen. Wij verzoeken u in de MER op detailniveau een vergelijkingstabel op te nemen van de milieu- en leefbaarheidsaspecten van alle aangewezen windlocaties om tot een goede afweging te kunnen komen van de (cumulatieve) effecten voor zee(zoog)dieren, (trek)vogels en fouragerende vogels en fauna. Dit is ondersteunend aan het MER advies uit 2014 (zie bijlage)

Pagina 19 – alinea 2, punt 3

Het gebied aan de west- en zuidzijde van het windenergiegebied vangt wind af van de meer oost of noordoost gelegen gebieden. Kavels die daardoor minder vrije aanstroom van wind hebben zijn dan ook groter om de onderlinge afstand tussen windturbines te kunnen vergroten.

De doelstellingen voor 2020 en 2023 staan onder druk. Het is dus zaak zo min mogelijk onderling verlies te bewerkstelligen. Wij verzoeken u daarom aanvullend onderzoek naar de totale opbrengst onder de meest ideale plaatsing tussen de velden Hollandse Kust (met invloed op reeds gerealiseerde velden) en plaatsing op IJmuiden Ver. (groter, meer ruimte, minder invloed op bestaande velden)

Pagina 20 – laatste alinea

In de MER-en zal de verkaveling vanuit het oogpunt van relevante aspecten zoals ecologie en scheepvaartveiligheid, onderzocht worden. Daarbij speelt ook de draagkracht van het gebied een rol: hoeveel windturbines kan je plaatsen in het gehele windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) gezien milieu, ecologie en andere belangen? Het is van belang om deze vraag ook voor het gebied in zijn geheel en in cumulatie te beantwoorden (en niet alleen voor de twee uit te geven kavels I en II), omdat het niet de bedoeling is dat achteraf blijkt dat de beschikbare fysieke of milieuruimte van het gehele gebied (of zelfs van meerdere aangewezen gebieden) door slechts twee kavels is opgebruikt. Op basis van het voorgaande volgt een verkaveling van het gebied, welke in  guur 3.8 is weergegeven. Ook is daar indicatief het transmissiesysteem op zee Hollandse Kust met de platforms alpha en beta opgenomen.

Zoals op de kaart op pagina 20 van deze Notitie is af te lezen, liggen de gebieden HKZ I en II zeer dicht bij scheepvaartroutes en ankergebieden. Andere gebieden (IJmuiden Ver) hebben daar veel minder hinder van. Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming. Inclusief de geraamde economische gevolgen van een dergelijke ramp.

Pagina 20 – alinea 3

Het is de trend om naar steeds grotere turbines te gaan. Echter vanuit oogpunt van kosten en risico’s is het de vraag of de allergrootste turbines, die nu alleen nog op de tekentafel bestaan, daadwerkelijk in de kavels I en II gebouwd zullen worden. Het lijkt daarbij overigens niet wenselijk om (veel) meer milieuruimte uit te geven dan mogelijk benut gaat worden; immers bij de uitgifte van volgende kavels zal deze ruimte in de cumulatie meegewogen dienen te worden. Dit zal in de kavelbesluiten vastgelegd worden.

De MER heeft als doel de milieu effecten te onderzoeken. Ook op langere termijn. Het is inmiddels bekend dat de ontwikkelaars zich richten op turbines van 7 MW of meer. Dit is ook terug te zien in de vergunningen voor Borssele, welke een maximale tiphoogte van 250 meter toestaan. Wij verzoeken u dan ook uit te gaan van deze technologie en de hierdoor te verwachten effecten. Wij verwachten – zie ook het interview in De Volkskrant van 10 juni 2015 met de heer Eecen van ECN – dat na 2023 ongeveer 25% van het Nederlandse Noordzeegebied volgezet wordt met windturbines. Zeer wel mogelijk van een veel grotere capaciteit. Wij verzoeken u dan ook de cumulatieve effecten hiervan op zee(zoog)dieren, trek- en foeragerende vogels en zeefauna in kaart te brengen, tot 2050.

Pagina 24 – laatste alinea

Niet alle parameters uit de tabel zijn even belangrijk wat betreft  de te verwachten meest kritische milieueffecten, en behoeven naar verwachting dan ook niet allemaal vastgelegd te worden in de uiteindelijk uit te geven bandbreedte. Bepalend voor de effectbepaling in de MER-en zijn met name:

  • het aantal windturbines;
  • de diameter van de rotor van de windturbines;
  • het type fundering en de hei-energie die benodigd is bij het heien van funderingen (en daarmee het geluidsniveau), en de tiphoogte en tiplaagte van de windturbines.

Wij kunnen ons voorstellen dat niet alle factoren even zwaar meegewogen worden. Graag vernemen wij van u of en zo ja welke wegingsfactor er aan de effectbepalende factoren gegeven worden. Wij zien deze dan graag terug in de uiteindelijke rapportage over de cumulatieve effecten op flora en fauna.

Pagina 26 – Tabel

In de tabel op pagina 26 van uw notitie geeft u een bandbreedte aan. Graag vernemen wij van u welke aantallen slachtoffers onder vogels en zee(zoog)dieren voor deze MER als ‘acceptabel’ worden gezien. 

Wij verzoeken u ook te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van elektromagnetische velden en laagfrequente geluidsgolven onder water op zee(zoog)dieren hebben.

Wij verzoeken u te onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de toenemende stranding van potvissen en andere zeezoogdieren en de toenemende industriële benutting van de Noordzee.

Wij verzoeken u te onderzoeken wat de effecten op de leefomgeving van zee(zoog)dieren zijn van concentratie van de bouw op één locatie (IJMuiden Ver) ten opzichte van de bouw op verspreide locaties.

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij verzoeken u dit advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten landschap, recreatie en toerisme

Landschap en zichtbaarheid, vanwege het feit dat de windturbines zichtbaar zijn vanaf toeristische locaties aan de kust.

Recreatie en toerisme, vanwege de mogelijke invloed van het windpark op recreatief gebruik van de Noordzee en de kustzone

Gebruikmaking van de zone tussen 10 – 12 mijl voor de Hollandse Kust geeft het grootste deel van de Nederlandse kust – met het grootste aandeel in toerisme – zicht op een industrieel hekwerk. Het aanzien van een ver-industrialiseerde Noordzee. Wij verzoeken u in het kader van deze MER verder te onderzoeken wat het effect is op de beleving van de Noordzee bij deze strandbezoekers bij uitvoering van deze plannen. Daarnaast verzoeken wij u te onderzoeken in hoeverre de beleving van een hekwerk aan windmolens zichtbaar vanaf de hele Hollandse kust effecten heeft op de volksgezondheid, het vermogen om – aan het strand – te ontprikkelen, te ontspannen en hierbij experts op dit gebied te raadplegen. Wij verzoeken u in dit onderzoek het alternatief van plaatsing uit het zicht te betrekken en te onderzoeken of de toekomstige kosten voor de volksgezondheid opwegen tegen de in dit document genoemde ‘besparingen’.

Wij verzoeken u onderzoek te doen volgens de kwantitatieve en kwalitatieve methode en aan te geven of en hoe vaak de windturbinevelden zichtbaar zijn vanaf de kust.

Wij verzoeken u een belevingsonderzoek onder strandbezoekers en kustbewoners te doen naar de zichtbaarheid van deze platformen en de effecten hiervan op de (geestelijke) volksgezondheid. 

Wij verzoeken u uw onderzoek uit te breiden met een kwantitatief onderzoek teneinde de hoeveelheid recreanten in kaart te brengen waarop de kwalitatieve effecten op van toepassing zijn.

Wij verzoeken u de effecten van de zichtbaarheid van de rode signaallichten in kaart te brengen alsmede de effecten hiervan op de volksgezondheid. 

Tevens verzoeken wij u de gevonden effecten van alle bovengenoemde onderzoeken te relateren aan het verdwijnen van deze effecten bij bebouwing op IJmuiden Ver. 

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten scheepvaart, vanwege de scheepvaartactiviteiten in en in de nabijheid van de kavels;

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming.

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten vogels, vleermuizen en onderwaterleven

Wij verzoeken u in uw onderzoeken mee te nemen of het effect van de aanleg van (verspreide) windturbinevelden een andere aanslag pleegt op de leefomgeving van de bestaande en trekkende habitat dan bij de aanleg van grotere, geconcentreerde velden verder op zee. Tevens verzoeken wij u aan te geven op welke criteria men meent te moeten kiezen voor elk van beide alternatieven, voorzien van een wegingsfactor voor elk der criteria.

Pagina 27 – 5.1.1 Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies

De belangrijkste reden om windinitiatieven te realiseren, is het opwekken van duurzame energie. Van de te onderscheiden alternatieven wordt daarom in de MER-en berekend hoeveel elektriciteit wordt opgewekt. Ook kan worden bepaald welke uitstoot van schadelijke stoffen het windpark vermijdt in vergelijking met de situatie dat dezelfde energie wordt opgewekt op conventionele wijze, zoals met behulp van kolen- en gasverbranding. Een vergelijking wordt gemaakt met de emissies van de huidige brandstofmix die wordt gebruikt in Nederland voor opwekking van elektriciteit. In de MER-en wordt tevens aandacht besteed aan hoeveel energie het kost om turbines te produceren en te plaatsen en wat het effect van het windpark Luchterduinen op de elektriciteitsproductie in Hollandse Kust (zuid) en vice versa is.

Wij verzoeken u in deze studie de ‘stand by’ effecten op te nemen van bestaande of nog te ontwikkelen fossiele energiecentrales.

Wij verzoeken u bij ‘vermeden emissies’ de CO2 uitstoot mee te nemen van meestook van bio-brandstof en de kosten hiervan per opgewekt kWh, gebaseerd op € 4 miljard SDE+ subsidie. 

Pagina 28 – Zeezoogdieren (zeehonden en bruinvissen)

Voor wat betreft  zeehonden zijn met name de ligplaatsen in de Voordelta en de Waddenzee van belang. Aandacht wordt besteed aan het aantal beïnvloede dieren ten opzichte van het totale aantal dieren binnen het Nederlands Continentaal Plat en de gehele Noordzee. Ook wordt aandacht besteed aan het bouwtempo van funderingen want dit bepaalt de mate waarin effecten zich telkens opnieuw voordoen en ook of steeds dezelfde dieren worden beïnvloed dan wel een ander deel van de populatie. Het werkt bij zeezoogdieren door in de duur van de blokkade van foerageergebieden en migratieroutes en in de verstoring door onderwatergeluid.

Inzichtelijk wordt gemaakt wat de effecten in zowel de aanleg-, exploitatie- als de verwijderingsfase zijn, of het om tijdelijke dan wel permanente effecten gaat en wat de cumulatieve effecten kunnen zijn van windturbines in het gebied Hollandse Kust (zuid) met overige projecten en activiteiten, zowel in tijd als in ruimte. Hierbij wordt zowel naar ster e als aantasting van het leefgebied gekeken. Dit alles zal zoveel mogelijk worden gekwantificeerd. Zo wordt per type verstoring aangegeven hoeveel individuen van welke soorten hierbij zijn betrokken (ordegrootte, bijvoorbeeld in aantalsklassen) en welk deel van de populatie minimaal en maximaal (worst case) beïnvloed wordt. Er wordt hierbij getoetst aan de gunstige staat van instandhouding zoals beschreven in de Flora- en faunawet. Daar waar nodig wordt ook getoetst aan de Natuurbeschermingswet 1998.

Graag zien wij in deze studie opgenomen bij welke hoeveelheden dode / gewonde zeezoogdieren er een ‘no-go’ is voor deze plannen. 

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In deze studie zou ook een vergelijking van deze gegevens met de effecten van een grote ontwikkeling op IJmuiden Ver inzichtelijk gemaakt moeten worden om een afweging te maken welke ontwikkeling op welke locatie het meest diervriendelijk is.

Pagina 29 – Toetsing effecten en Kader Ecologie en Cumulatie: acceptabele grenzen op populatieniveau

In het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) is onderzocht wat de gecumuleerde ecologische effecten kunnen zijn van bestaande en in aanbouw zijnde windparken op zee met de tien windparken op zee die in het Energieakkoord zijn afgesproken. Er is daarbij gekeken naar de effecten van windparken buiten de 12 mijlszone (zie ook paragraaf 5.2.2). Doel van het KEC is om te kunnen bepalen of de (bouw van) alle windparken, samen met enkele andere activiteiten op zee, tot onaanvaardbare negatieve ecologische effecten leiden. Zo nodig kunnen dan voorschriften worden opgenomen in de kavelbesluiten waarmee deze effecten worden voorkomen of verminderd

In het Energieakkoord zijn geen locaties opgenomen. Alleen aantallen. De locatie Hollandse Kust is een locatie welke buiten de energieafspraken om, besloten is door EZ vanwege (veronderstelde) financiële voordelen. Wij verzoeken nader en/of verder vergelijkend onderzoek naar de effecten van 2100 MW op IJmuiden Ver in relatie tot de plannen HK zuid I en II, III en IV, en de HK Noord I en II.

Pagina 30 – overige gebruiksfuncties

Voor wat betreft het beschrijven van de effecten op recreatie en toerisme zal in de MER-en gebruik worden gemaakt van het onderzoek van Decisio. Zij hebben onderzoek uitgevoerd naar de regionale maatschappelijke en economische effecten van windparken op zee. Verder zal een overzicht gegeven worden van uitgevoerd onderzoek op het gebied van effecten van windturbines op recreatie en toerisme. Ook wordt aangegeven wat een windpark eventueel kan bijdragen aan de regionale economie; denk daarbij aan havenactiviteiten, toeristisch bezoek aan het windpark etc.. Het effect op recreatie en toerisme kan mede afhankelijk zijn van de zichtbaarheid van windturbines vanaf de kust. Zichtbaarheid wordt in de MER-en beschreven bij het aspect ‘landschap’

Wij maken bezwaar tegen het gebruik van het onderzoek van Decisio. Reden hiervoor is, dat de door Decisio beschreven effecten gebaseerd zijn op verouderde informatie en op een onjuist beeld voor de nieuw ontstane situatie, zichtbaarheid voor de hele Hollandse kust, van Den Helder tot Hoek van Holland. Dit wordt door Decisio zelf aangegeven in hun rapport. De Minister heeft al aangegeven een hernieuwd onderzoek te laten doen naar de effecten van de nieuwe situatie. 

Correcte en ‘up to date’ data vindt u in het rapport “Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

Voor cijfers over de effecten op toerisme verwijzen wij naar onderzoek in opdracht van Stichting Vrije Horizon onder strandbezoekers, gedaan in augustus 2015. http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Pagina 31 – 5.1.6. Landschap

De zichtbaarheid van windturbines vanaf de kust zal in de MER-en worden gevisualiseerd aan de hand van (foto)visualisaties vanaf diverse kustplaatsen, voor de dagperiode en indien mogelijk ook voor de nachtperiode. De bandbreedte van windturbines wordt weergegeven, dus een alternatief met minder maar grotere turbines en een alternatief met meer maar kleinere turbines. De windturbines in kavel I en II worden gevisualiseerd. De windturbines in kavel III en IV zullen in de MER-en voor die betre ende kavels gevisualiseerd worden, waarin tevens het beeld wordt weergegeven van windturbines in alle kavels, dus van kavel I, II, III en IV. Indien mogelijk wordt voor het visualiseren gebruik gemaakt van de viewer, zie h ps://www.noordzeeloket.nl/functies-en-gebruik/windenergie/viewer/. Dan wordt de bandbreedte van windturbines in het MER voor de kavels I en II in de viewer weergegeven. Deze bandbreedte wijkt iets af van de opstellingen die nu zijn gevisualiseerd in de viewer (namelijk 4 en 8 MW turbines).

Wij verzoeken u deze visualisatie niet te gebruiken, maar gebruik te maken van echte foto’s van bijvoorbeeld Luchterduinen vanaf het strand. Deze zijn aan te passen naar de afstand van 18 km uit de kust (er verdwijnt dan 15 meter minder achter de bolling van de horizon) en de hoogte van de turbines. Bij een voorbeeld van 190 m tiphoogte op 18 km in de nieuwe situatie ten opzichte van Luchterduinen (130 m op 23 km uit de kust) is de zichtbaarheid als volgt: 

Luchterduinen: 130 m – 40 m (verdwijnt achter de horizon) = 90 meter,

HK zuid III en IV: 190 m – 25 m (verdwijnt achter de horizon) = 165 meter.

Deze effecten zijn niet zichtbaar in het visualisatietool.

Pagina 32 – tabel 5.1- zeezoogdieren

Wij verzoeken aanvullend onderzoek op de effecten van (sterk wisselende) electromagnetische velden op (het oriëntatievermogen) van zeezoogdieren

Wij verzoeken u extra onderzoek tussen de in deze Mer-en te meten (cumulatieve) effecten op zeezoogdieren en ander onderwaterleven en de resultaten voor beiden indien 2100 MW geconcentreerd geplaatst wordt op IJmuiden Ver om de verschillen in effecten on beeld te krijgen.

Pagina 33 – tabel 5.1 – overige gebruiksfuncties – Recreatie en Toerisme

Wij verzoeken u voor het onderzoek naar effecten op Recreatie en Toerisme geen gebruik te maken van het onderzoek van Decisio. Reden hiervoor is, dat de door Decisio beschreven effecten gebaseerd zijn op verouderde informatie en op een onjuist beeld voor de nieuw ontstane situatie, zichtbaarheid voor de hele Hollandse kust, van Den Helder tot Hoek van Holland. Dit wordt door Decisio zelf aangegeven in hun rapport. De Minister heeft al aangegeven een hernieuwd onderzoek te laten doen naar de effecten van de nieuwe situatie. 

Correcte en ‘up to date’ data vindt u in het rapport “Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

Voor cijfers over de effecten op toerisme verwijzen wij naar onderzoek in opdracht van Stichting Vrije Horizon onder strandbezoekers, gedaan in augustus 2015. http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Pagina 33 – tabel 5.1 – Landschap

Wij verzoeken u de visualisatie van het Ministerie van I&M  niet te gebruiken, maar gebruik te maken van echte foto’s van bijvoorbeeld Luchterduinen vanaf het strand of veldonderzoek aan de kust. Foto’s zijn aan te passen naar de afstand van 18 km uit de kust (er verdwijnt dan 15 meter minder achter de bolling van de horizon) en de hoogte van de turbines. Bij een voorbeeld van 190 m tiphoogte op 18 km in de nieuwe situatie ten opzichte van Luchterduinen (130 m op 23 km uit de kust) is de zichtbaarheid als volgt.

 1. Luchterduinen: 130 m – 40 m (verdwijnt achter de horizon) = 90 meter.

 2. HK zuid III en IV: 190 m – 25 m (verdwijnt achter de horizon) = 165 meter.

Deze effecten zijn niet zichtbaar in het visualisatietool.

Wij verzoeken u nader onderzoek te doen naar de mogelijke effecten van concentraties van windturbinevelden op het microklimaat. Er zijn aanwijzingen dat – door menging van de lucht vlak boven zee en de bovengelegen luchtmassa’s – er meer mist- en regenvorming zal plaatsvinden. Onderzoek aan de State University van New York wees uit dat de plaatsing van een zeer groot windturbineveld in Texas de oorzaak is van een stijging van de oppervlaktetemperatuur met 0,7% in tien jaar tijd. Dit zou veroorzaakt worden doordat de windturbines ’s nachts warme lucht naar beneden trekken. (mening van lucht van verschillende temperaturen)

Pagina 34 – 5.2.2 Cumulatie

De milieueffecten die gepaard gaan met de voorgenomen activiteiten kunnen cumuleren met de effecten van andere plannen, projecten en handelingen. Het is van belang om goed af te bakenen welke plannen, projecten en handelingen meegenomen worden in de cumulatie. In ieder geval dient het te gaan om plannen, projecten en handelingen die leiden tot relevante effecten, dat wil zeggen effecten die samen met de effecten die optreden bij de voorgenomen activiteiten leiden tot een groter totaaleffect.

Voor het onderdeel cumulatie zal eveneens gebruik worden gemaakt van het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) dat het Rijk hee  opgesteld conform het nationaal waterplan (2009-2015). In dit afwegingskader wordt ingegaan op de cumulatieve ecologische effecten van het realiseren van alle windparken conform de uitrol volgens het energieakkoord waarbij ook verwachte buitenlandse windparkontwikkelingen zijn meegenomen. Het KEC wordt op basis van relevante informatie uit de planMER behorende bij de Rijksstructuurvisie Windenergie op zee Aanvulling Hollandse Kust nog aangevuld. Deze versie vormt het uitgangspunt bij beoordeling van de effecten in cumulatie.

Wij verzoeken de effecten van de plannen tot 2050 te incorporeren in uw onderzoek. Aangezien de cumulatieve effecten onderzocht worden, en de grootste ontwikkelingen op de Noordzee pas na 2023 gepland en uitgevoerd worden, is de beperking tot 2023 een ontkenning van de totale cumulatieve effecten. 

Pagina 38 – Bijlagen

Wij verzoeken u in de bijlagen de volgende rapporten op te nemen: 

“Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

“Enquêtes invloed windmolens op strandbezoek” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Bijlage – Persbericht MER structuurvisie wind op zee 

 

Schermafbeelding 2016-03-03 om 12.13.59