Hulp bij het invullen van de Zienswijze Kavelbesluiten

Betreft: Notitie Reikwijdte en Detailniveau Milieueffectrapporten kavelbesluiten I en II Hollandse Kust (zuid) – hierna te noemen MER kavelbesluiten I en II.

Leeswijzer

Dit document is bedoeld als leidraad om jouw argumenten voor de zienswijze (een ‘Zienswijze’ is een document waarop wij als burger kunnen aangeven welke informatie wij missen en waarop wij extra onderzoek zouden willen zien) voor de MER kavelbesluiten I en II te selecteren. Het staat je vrij hier toevoegingen bij te maken en/of je eigen woordkeuze te gebruiken.

Per argument staat beschreven op welk deel van de ‘MER kavelbesluiten I en II’ dit betrekking heeft.

De ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau MER kavelbesluiten I en II’ kun je inzien op:

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/Conceptnotitie%20reikwijdte%20en%20detailniveau%20kavelbesluiten%20I%20en%20II%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet_0.pdf

Het digitale formulier waarop je jouw zienswijze kunt indienen, vind je op: 

https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-kavelbesluiten-I-en-II

Hieronder de argumenten die wij van belang achten. Dit suggereert niet dat dit compleet is. In vet de locatie in het document, met daaronder het betreffende stuk tekst. In cursief ons verzoek voor meer informatie en/of aanvullend onderzoek. Let op: hoe meer zienswijzen er binnenkomen, hoe beter. Vertrouw er dus niet op dat de zienswijze van Stichting Vrije Horizon voldoende is. Men rekent in Den Haag al op honderden zienswijzen. Stel hen niet teleur.

Let op: Wij hebben ook een ‘zienswijze argumenten’ document gemaakt voor de ‘Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport Transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid)’. 

Dat is een andere zienswijze op een ander rapport. Zie voor meer info onze site www.vrijehorizon.nl. Nu kun je deze zienswijze indienen, maar ook de andere. Succes en bedankt. (en vergeet niet zoveel mogelijk vrienden en familie te vragen ook hun zienswijzen in te dienen).

Ter verduidelijking een deel van de procedure (zie pagina 2 van de Notitie:  https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/Conceptnotitie%20reikwijdte%20en%20detailniveau%20kavelbesluiten%20I%20en%20II%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet_0.pdf)

Procedure

“De besluiten worden in een vaste volgorde genomen met de volgende mogelijkheden voor inspraak of beroep:

• Eerst kunt u inspreken op de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau die beschrijft  wat er onderzocht zal worden. U kunt daarbij aangeven wat er naar uw mening in het milieue ectrapport (meer, of anders) onderzocht moet worden om tot een (ontwerp)besluit te komen.

• Als het onderzoek naar de milieueffecten is afgerond, kunt u inspreken op de ontwerpbesluiten en aangeven wat er volgens u aan veranderd zou moeten worden.

  • Definitieve kavelbesluiten en de besluiten die worden genomen onder de rijkscoördinatieregeling staan open voor beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de Rijksstructuurvisie is geen beroep mogelijk”. 

Dus: als je nu geen zienswijze indient, kun je t.z.t. niet in beroep gaan bij de Raad van State!!

Hieronder de tekstdelen of het gehele document dat je kunt invoegen op het digitale formulier (https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-kavelbesluiten-I-en-II)

Pagina 7 – alinea 1

Op dit moment wordt een aanvulling opgesteld op de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee voor het gebied Hollandse Kust, waarin ook een strook binnen de 12 mijlszone wordt aangewezen (zie paragraaf 2.1.7).

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij begrijpen in het licht van dit advies de ‘aanvulling op de Rijksstructuurvisie windenergie op zee voor het gebied Hollandse Kust’ niet. Wij verzoeken u het advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden ten aanzien van de windturbinevelden in het zicht en binnen de 12-mijlzone. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Pagina 7 – alinea 2

Nationaal waterplan 2 (NWP2) en Beleidsnota Noordzee 2016-2021

Voor de periode 2016-2021 is het Noordzee beleid verder uitgewerkt in het nationaal waterplan 2 (NWP2) en als onderdeel hiervan in de nieuwe Beleidsnota Noordzee 2016-2021. Het ontwerp van beiden hee  ter inzage gelegen tot en met 22 juni 2015. Op 28 juli 2014 is de Noordzee 2050 gebiedsagenda aan de Tweede kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2013-14, 33 450, nr. 24). Aangezien de Noordzee 2050 gebiedsagenda en het masterplan voor de energie van de Noordzee tussen 2030 en 2050/2060 betrekking hebben op de middellange en lange termijn, en de kavelbesluiten voor Hollandse Kust (zuid) op korte termijn genomen dienen te worden, heeft  de Noordzee 2050 gebiedsagenda geen concrete betekenis voor de MER-en voor de kavelbesluiten.

Wij kunnen bovenstaande opmerking niet anders duiden dan dat het plan is de MER-en niet verder te onderzoeken dan de effecten tot 2023. Wij verzoeken u om een meer holistische benadering, waarbij u de cumulatieve effecten van alle plannen tot 2050 – en die zijn aanzienlijk – onderzoekt. Voor een MER wordt gekeken naar de cumulatieve effecten. Deze zullen na 2023 aanzienlijk toenemen. Derhalve ons verzoek om uw MER-en horizon uit te breiden met de plannen tot 2050 en de resultaten van dit onderzoek mee te nemen in uw besluitvorming. Dit voordat er onomkeerbare besluiten genomen worden die onze Noordzee qua milieu qua leefbaarheid voor flora en fauna ernstige – en door een korte termijn horizon – zogenaamd onvoorziene schade kunnen toebrengen.

Pagina 8 – 2’ alinea laatste regels.

Ook nemen de kosten voor het aanleggen en onderhouden van de platforms toe. De aansluiting op de reeds aangewezen gebieden zorgt ervoor dat de vrije horizon in andere gebieden behouden blijft.

Deze tekst wekt de suggestie dat ‘vrije horizon’ van belang is in de afweging van dit besluit. Helaas, niets is minder waar. Gebruikmaking van de zone tussen 10 – 12 mijl voor de Hollandse Kust geeft het grootste deel van de Nederlandse kust – met het grootste aandeel in toerisme – zicht op een industrieel hekwerk. Het aanzien van een ver-industrialiseerde Noordzee. Wij verzoeken u in het kader van deze MER verder te onderzoeken wat het effect is op de beleving van de Noordzee bij deze strandbezoekers bij uitvoering van deze plannen. Daarnaast verzoeken wij u te onderzoeken in hoeverre de beleving van een hekwerk aan windmolens zichtbaar vanaf de hele Hollandse kust effecten heeft op de volksgezondheid, het vermogen om – aan het strand – te ontprikkelen, te ontspannen en hierbij experts op dit gebied te raadplegen. Wij verzoeken u in dit onderzoek het alternatief van plaatsing uit het zicht te betrekken en te onderzoeken of de toekomstige kosten voor de volksgezondheid opwegen tegen de in dit document genoemde ‘besparingen’.

Pagina 10 – Alinea 1

een onderbouwing van de noodzaak van uitbreiding van het gebied Hollandse Kust met een strook tussen de 10 en 12 NM

De onderbouwing van de noodzaak is gebaseerd op – beperkte – financiële parameters. In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij begrijpen in het licht van dit advies de ‘aanvulling op de Rijksstructuurvisie windenergie op zee voor het gebied Hollandse Kust’ niet. Wij verzoeken u het advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden ten aanzien van de windturbinevelden in het zicht en binnen de 12-mijlzone. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

een visualisatie en beschrijving van de landschappelijke gevolgen aan de hand van de criteria zichtbaarheid, beleving en dominantie

De gebruikte visualisatie – ervan uitgaand dat u het hebt over het visualisatietool van het ministerie van I&M – , hoe schokkend op zichzelf, geeft geen realistisch beeld van de veel ernstiger werkelijkheid. Wij verzoeken u opnieuw onderzoek te doen op basis van werkelijke beleving door strandbezoekers naar de werkelijke gevolgen voor zichtbaarheid en landschapsdominantie voor het grootste deel van de Nederlandse – en voor 100% van de Hollandse kust.

Pagina 10 – 2.1.7 Kader Ecologie en Cumulatie (KEC)

Ecologie is een belangrijk onderwerp voor de belangenafweging bij het realiseren van windparken op zee. Daarom is door Rijkswaterstaat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, en het ministerie van Economische Zaken een toetsingskader gemaakt, dat moet worden toegepast bij toekomstige besluitvorming over windenergie op zee. Aan de hand van dat toetsingskader zal bij het nemen van ruimtelijke besluiten, zoals de toekomstige aanwijzing van windenergie- gebieden en kavelbesluiten, worden beoordeeld of uitgesloten kan worden dat een windpark op zee afzonderlijk, of in cumulatie met andere windparken en andere activiteiten, ongewenste effecten op de ecologie zal hebben. Dat kader wordt het ‘Kader Ecologie en Cumulatie’ genoemd.

Wij verzoeken u, in tegenstelling tot wat op pagina 7 van deze Notitie vermeld wordt, de horizon voor de cumulatieve effecten te verbreden en daar alle plannen tot 2050 bij te betrekken. Alleen dan kan men tot een (strategisch) inzicht komen van de cumulatieve effecten van de exploitatie van de Noordzee.

Pagina 11 – alinea 5

Volgens het concept scenario wind op zee wordt het transmissiesysteem op zee zodanig ontworpen dat het mogelijk is om op termijn de verder uit de kust gelegen windenergiegebieden met wisselstroom aan te sluiten op de platforms in de windenergiegebieden uit de routekaart. De platforms fungeren dan als “stapsteen”.

In de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid) staat op pagina 30 de volgende opmerking: “De platforms op zee van TOZ HKZ dienen niet als stapsteen naar verder gelegen windenergiegebieden en het Noordzeenet, dit is vastgelegd in het ‘Scenario Windenergie op Zee’ [lit. 11, bijlage I].” 

Deze opmerking is strijdig met Alinea 5 op pagina 11 van deze notitie. Graag ontvangen wij een extra toelichting waarom deze strijdigheid bestaat en wat het juiste concept is.

Pagina 12 – alinea 4

Onderzoek naar de locatiekeuze in de MER-en

In de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee is nagegaan of windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) geschikt is voor de realisatie van windenergie. In deze structuurvisie zijn de e ecten van windenergie in het gebied Hollandse Kust (zuid) op het detailniveau van een structuurvisie onderzocht vanuit de aspecten ecologie, scheepvaartveiligheid, overige gebruiks- functies (olie en gas, visserij, zandwinning etc.), geologie en hydrologie, landschap (zichtbaarheid) en cultuurhistorie en archeologie. Hierbij is ook gekeken naar de geschiktheid ten opzichte van de overige voor windenergie aangewezen gebieden (IJmuiden Ver, Hollandse Kust, Ten noorden van de Waddeneilanden, Borssele). In de MER-en is een nader onderzoek naar de geschiktheid van het gebied Hollandse Kust (zuid) voor windenergie dan ook niet nodig. Wel zal op hoofdlijnen de vergelijking tussen de gebieden worden gemaakt. Uiteraard zullen de MER-en wel in detail ingaan op de effecten van windenergie in het gebied zoals deze te verwachten zijn bij de realisatie van de uit te geven kavels.

De locatiekeuze is gedaan op financiële argumenten. De milieu- en leefbaarheidsargumenten zijn daar niet in meegenomen. Wij verzoeken u in de MER op detailniveau een vergelijkingstabel op te nemen van de milieu- en leefbaarheidsaspecten van alle aangewezen windlocaties om tot een goede afweging te kunnen komen van de (cumulatieve) effecten voor zee(zoog)dieren, (trek)vogels en fouragerende vogels en fauna. Dit is ondersteunend aan het MER advies uit 2014 (zie bijlage)

Pagina 19 – alinea 2, punt 3

Het gebied aan de west- en zuidzijde van het windenergiegebied vangt wind af van de meer oost of noordoost gelegen gebieden. Kavels die daardoor minder vrije aanstroom van wind hebben zijn dan ook groter om de onderlinge afstand tussen windturbines te kunnen vergroten.

De doelstellingen voor 2020 en 2023 staan onder druk. Het is dus zaak zo min mogelijk onderling verlies te bewerkstelligen. Wij verzoeken u daarom aanvullend onderzoek naar de totale opbrengst onder de meest ideale plaatsing tussen de velden Hollandse Kust (met invloed op reeds gerealiseerde velden) en plaatsing op IJmuiden Ver. (groter, meer ruimte, minder invloed op bestaande velden)

Pagina 20 – laatste alinea

In de MER-en zal de verkaveling vanuit het oogpunt van relevante aspecten zoals ecologie en scheepvaartveiligheid, onderzocht worden. Daarbij speelt ook de draagkracht van het gebied een rol: hoeveel windturbines kan je plaatsen in het gehele windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) gezien milieu, ecologie en andere belangen? Het is van belang om deze vraag ook voor het gebied in zijn geheel en in cumulatie te beantwoorden (en niet alleen voor de twee uit te geven kavels I en II), omdat het niet de bedoeling is dat achteraf blijkt dat de beschikbare fysieke of milieuruimte van het gehele gebied (of zelfs van meerdere aangewezen gebieden) door slechts twee kavels is opgebruikt. Op basis van het voorgaande volgt een verkaveling van het gebied, welke in  guur 3.8 is weergegeven. Ook is daar indicatief het transmissiesysteem op zee Hollandse Kust met de platforms alpha en beta opgenomen.

Zoals op de kaart op pagina 20 van deze Notitie is af te lezen, liggen de gebieden HKZ I en II zeer dicht bij scheepvaartroutes en ankergebieden. Andere gebieden (IJmuiden Ver) hebben daar veel minder hinder van. Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming. Inclusief de geraamde economische gevolgen van een dergelijke ramp.

Pagina 20 – alinea 3

Het is de trend om naar steeds grotere turbines te gaan. Echter vanuit oogpunt van kosten en risico’s is het de vraag of de allergrootste turbines, die nu alleen nog op de tekentafel bestaan, daadwerkelijk in de kavels I en II gebouwd zullen worden. Het lijkt daarbij overigens niet wenselijk om (veel) meer milieuruimte uit te geven dan mogelijk benut gaat worden; immers bij de uitgifte van volgende kavels zal deze ruimte in de cumulatie meegewogen dienen te worden. Dit zal in de kavelbesluiten vastgelegd worden.

De MER heeft als doel de milieu effecten te onderzoeken. Ook op langere termijn. Het is inmiddels bekend dat de ontwikkelaars zich richten op turbines van 7 MW of meer. Dit is ook terug te zien in de vergunningen voor Borssele, welke een maximale tiphoogte van 250 meter toestaan. Wij verzoeken u dan ook uit te gaan van deze technologie en de hierdoor te verwachten effecten. Wij verwachten – zie ook het interview in De Volkskrant van 10 juni 2015 met de heer Eecen van ECN – dat na 2023 ongeveer 25% van het Nederlandse Noordzeegebied volgezet wordt met windturbines. Zeer wel mogelijk van een veel grotere capaciteit. Wij verzoeken u dan ook de cumulatieve effecten hiervan op zee(zoog)dieren, trek- en foeragerende vogels en zeefauna in kaart te brengen, tot 2050.

Pagina 24 – laatste alinea

Niet alle parameters uit de tabel zijn even belangrijk wat betreft  de te verwachten meest kritische milieueffecten, en behoeven naar verwachting dan ook niet allemaal vastgelegd te worden in de uiteindelijk uit te geven bandbreedte. Bepalend voor de effectbepaling in de MER-en zijn met name:

  • het aantal windturbines;
  • de diameter van de rotor van de windturbines;
  • het type fundering en de hei-energie die benodigd is bij het heien van funderingen (en daarmee het geluidsniveau), en de tiphoogte en tiplaagte van de windturbines.

Wij kunnen ons voorstellen dat niet alle factoren even zwaar meegewogen worden. Graag vernemen wij van u of en zo ja welke wegingsfactor er aan de effectbepalende factoren gegeven worden. Wij zien deze dan graag terug in de uiteindelijke rapportage over de cumulatieve effecten op flora en fauna.

Pagina 26 – Tabel

In de tabel op pagina 26 van uw notitie geeft u een bandbreedte aan. Graag vernemen wij van u welke aantallen slachtoffers onder vogels en zee(zoog)dieren voor deze MER als ‘acceptabel’ worden gezien. 

Wij verzoeken u ook te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van elektromagnetische velden en laagfrequente geluidsgolven onder water op zee(zoog)dieren hebben.

Wij verzoeken u te onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de toenemende stranding van potvissen en andere zeezoogdieren en de toenemende industriële benutting van de Noordzee.

Wij verzoeken u te onderzoeken wat de effecten op de leefomgeving van zee(zoog)dieren zijn van concentratie van de bouw op één locatie (IJMuiden Ver) ten opzichte van de bouw op verspreide locaties.

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij verzoeken u dit advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten landschap, recreatie en toerisme

Landschap en zichtbaarheid, vanwege het feit dat de windturbines zichtbaar zijn vanaf toeristische locaties aan de kust.

Recreatie en toerisme, vanwege de mogelijke invloed van het windpark op recreatief gebruik van de Noordzee en de kustzone

Gebruikmaking van de zone tussen 10 – 12 mijl voor de Hollandse Kust geeft het grootste deel van de Nederlandse kust – met het grootste aandeel in toerisme – zicht op een industrieel hekwerk. Het aanzien van een ver-industrialiseerde Noordzee. Wij verzoeken u in het kader van deze MER verder te onderzoeken wat het effect is op de beleving van de Noordzee bij deze strandbezoekers bij uitvoering van deze plannen. Daarnaast verzoeken wij u te onderzoeken in hoeverre de beleving van een hekwerk aan windmolens zichtbaar vanaf de hele Hollandse kust effecten heeft op de volksgezondheid, het vermogen om – aan het strand – te ontprikkelen, te ontspannen en hierbij experts op dit gebied te raadplegen. Wij verzoeken u in dit onderzoek het alternatief van plaatsing uit het zicht te betrekken en te onderzoeken of de toekomstige kosten voor de volksgezondheid opwegen tegen de in dit document genoemde ‘besparingen’.

Wij verzoeken u onderzoek te doen volgens de kwantitatieve en kwalitatieve methode en aan te geven of en hoe vaak de windturbinevelden zichtbaar zijn vanaf de kust.

Wij verzoeken u een belevingsonderzoek onder strandbezoekers en kustbewoners te doen naar de zichtbaarheid van deze platformen en de effecten hiervan op de (geestelijke) volksgezondheid. 

Wij verzoeken u uw onderzoek uit te breiden met een kwantitatief onderzoek teneinde de hoeveelheid recreanten in kaart te brengen waarop de kwalitatieve effecten op van toepassing zijn.

Wij verzoeken u de effecten van de zichtbaarheid van de rode signaallichten in kaart te brengen alsmede de effecten hiervan op de volksgezondheid. 

Tevens verzoeken wij u de gevonden effecten van alle bovengenoemde onderzoeken te relateren aan het verdwijnen van deze effecten bij bebouwing op IJmuiden Ver. 

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten scheepvaart, vanwege de scheepvaartactiviteiten in en in de nabijheid van de kavels;

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming.

Pagina 27 – 5.1 Mogelijke effecten vogels, vleermuizen en onderwaterleven

Wij verzoeken u in uw onderzoeken mee te nemen of het effect van de aanleg van (verspreide) windturbinevelden een andere aanslag pleegt op de leefomgeving van de bestaande en trekkende habitat dan bij de aanleg van grotere, geconcentreerde velden verder op zee. Tevens verzoeken wij u aan te geven op welke criteria men meent te moeten kiezen voor elk van beide alternatieven, voorzien van een wegingsfactor voor elk der criteria.

Pagina 27 – 5.1.1 Elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies

De belangrijkste reden om windinitiatieven te realiseren, is het opwekken van duurzame energie. Van de te onderscheiden alternatieven wordt daarom in de MER-en berekend hoeveel elektriciteit wordt opgewekt. Ook kan worden bepaald welke uitstoot van schadelijke stoffen het windpark vermijdt in vergelijking met de situatie dat dezelfde energie wordt opgewekt op conventionele wijze, zoals met behulp van kolen- en gasverbranding. Een vergelijking wordt gemaakt met de emissies van de huidige brandstofmix die wordt gebruikt in Nederland voor opwekking van elektriciteit. In de MER-en wordt tevens aandacht besteed aan hoeveel energie het kost om turbines te produceren en te plaatsen en wat het effect van het windpark Luchterduinen op de elektriciteitsproductie in Hollandse Kust (zuid) en vice versa is.

Wij verzoeken u in deze studie de ‘stand by’ effecten op te nemen van bestaande of nog te ontwikkelen fossiele energiecentrales.

Wij verzoeken u bij ‘vermeden emissies’ de CO2 uitstoot mee te nemen van meestook van bio-brandstof en de kosten hiervan per opgewekt kWh, gebaseerd op € 4 miljard SDE+ subsidie. 

Pagina 28 – Zeezoogdieren (zeehonden en bruinvissen)

Voor wat betreft  zeehonden zijn met name de ligplaatsen in de Voordelta en de Waddenzee van belang. Aandacht wordt besteed aan het aantal beïnvloede dieren ten opzichte van het totale aantal dieren binnen het Nederlands Continentaal Plat en de gehele Noordzee. Ook wordt aandacht besteed aan het bouwtempo van funderingen want dit bepaalt de mate waarin effecten zich telkens opnieuw voordoen en ook of steeds dezelfde dieren worden beïnvloed dan wel een ander deel van de populatie. Het werkt bij zeezoogdieren door in de duur van de blokkade van foerageergebieden en migratieroutes en in de verstoring door onderwatergeluid.

Inzichtelijk wordt gemaakt wat de effecten in zowel de aanleg-, exploitatie- als de verwijderingsfase zijn, of het om tijdelijke dan wel permanente effecten gaat en wat de cumulatieve effecten kunnen zijn van windturbines in het gebied Hollandse Kust (zuid) met overige projecten en activiteiten, zowel in tijd als in ruimte. Hierbij wordt zowel naar ster e als aantasting van het leefgebied gekeken. Dit alles zal zoveel mogelijk worden gekwantificeerd. Zo wordt per type verstoring aangegeven hoeveel individuen van welke soorten hierbij zijn betrokken (ordegrootte, bijvoorbeeld in aantalsklassen) en welk deel van de populatie minimaal en maximaal (worst case) beïnvloed wordt. Er wordt hierbij getoetst aan de gunstige staat van instandhouding zoals beschreven in de Flora- en faunawet. Daar waar nodig wordt ook getoetst aan de Natuurbeschermingswet 1998.

Graag zien wij in deze studie opgenomen bij welke hoeveelheden dode / gewonde zeezoogdieren er een ‘no-go’ is voor deze plannen. 

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In deze studie zou ook een vergelijking van deze gegevens met de effecten van een grote ontwikkeling op IJmuiden Ver inzichtelijk gemaakt moeten worden om een afweging te maken welke ontwikkeling op welke locatie het meest diervriendelijk is.

Pagina 29 – Toetsing effecten en Kader Ecologie en Cumulatie: acceptabele grenzen op populatieniveau

In het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) is onderzocht wat de gecumuleerde ecologische effecten kunnen zijn van bestaande en in aanbouw zijnde windparken op zee met de tien windparken op zee die in het Energieakkoord zijn afgesproken. Er is daarbij gekeken naar de effecten van windparken buiten de 12 mijlszone (zie ook paragraaf 5.2.2). Doel van het KEC is om te kunnen bepalen of de (bouw van) alle windparken, samen met enkele andere activiteiten op zee, tot onaanvaardbare negatieve ecologische effecten leiden. Zo nodig kunnen dan voorschriften worden opgenomen in de kavelbesluiten waarmee deze effecten worden voorkomen of verminderd

In het Energieakkoord zijn geen locaties opgenomen. Alleen aantallen. De locatie Hollandse Kust is een locatie welke buiten de energieafspraken om, besloten is door EZ vanwege (veronderstelde) financiële voordelen. Wij verzoeken nader en/of verder vergelijkend onderzoek naar de effecten van 2100 MW op IJmuiden Ver in relatie tot de plannen HK zuid I en II, III en IV, en de HK Noord I en II.

Pagina 30 – overige gebruiksfuncties

Voor wat betreft het beschrijven van de effecten op recreatie en toerisme zal in de MER-en gebruik worden gemaakt van het onderzoek van Decisio. Zij hebben onderzoek uitgevoerd naar de regionale maatschappelijke en economische effecten van windparken op zee. Verder zal een overzicht gegeven worden van uitgevoerd onderzoek op het gebied van effecten van windturbines op recreatie en toerisme. Ook wordt aangegeven wat een windpark eventueel kan bijdragen aan de regionale economie; denk daarbij aan havenactiviteiten, toeristisch bezoek aan het windpark etc.. Het effect op recreatie en toerisme kan mede afhankelijk zijn van de zichtbaarheid van windturbines vanaf de kust. Zichtbaarheid wordt in de MER-en beschreven bij het aspect ‘landschap’

Wij maken bezwaar tegen het gebruik van het onderzoek van Decisio. Reden hiervoor is, dat de door Decisio beschreven effecten gebaseerd zijn op verouderde informatie en op een onjuist beeld voor de nieuw ontstane situatie, zichtbaarheid voor de hele Hollandse kust, van Den Helder tot Hoek van Holland. Dit wordt door Decisio zelf aangegeven in hun rapport. De Minister heeft al aangegeven een hernieuwd onderzoek te laten doen naar de effecten van de nieuwe situatie. 

Correcte en ‘up to date’ data vindt u in het rapport “Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

Voor cijfers over de effecten op toerisme verwijzen wij naar onderzoek in opdracht van Stichting Vrije Horizon onder strandbezoekers, gedaan in augustus 2015. http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Pagina 31 – 5.1.6. Landschap

De zichtbaarheid van windturbines vanaf de kust zal in de MER-en worden gevisualiseerd aan de hand van (foto)visualisaties vanaf diverse kustplaatsen, voor de dagperiode en indien mogelijk ook voor de nachtperiode. De bandbreedte van windturbines wordt weergegeven, dus een alternatief met minder maar grotere turbines en een alternatief met meer maar kleinere turbines. De windturbines in kavel I en II worden gevisualiseerd. De windturbines in kavel III en IV zullen in de MER-en voor die betre ende kavels gevisualiseerd worden, waarin tevens het beeld wordt weergegeven van windturbines in alle kavels, dus van kavel I, II, III en IV. Indien mogelijk wordt voor het visualiseren gebruik gemaakt van de viewer, zie h ps://www.noordzeeloket.nl/functies-en-gebruik/windenergie/viewer/. Dan wordt de bandbreedte van windturbines in het MER voor de kavels I en II in de viewer weergegeven. Deze bandbreedte wijkt iets af van de opstellingen die nu zijn gevisualiseerd in de viewer (namelijk 4 en 8 MW turbines).

Wij verzoeken u deze visualisatie niet te gebruiken, maar gebruik te maken van echte foto’s van bijvoorbeeld Luchterduinen vanaf het strand. Deze zijn aan te passen naar de afstand van 18 km uit de kust (er verdwijnt dan 15 meter minder achter de bolling van de horizon) en de hoogte van de turbines. Bij een voorbeeld van 190 m tiphoogte op 18 km in de nieuwe situatie ten opzichte van Luchterduinen (130 m op 23 km uit de kust) is de zichtbaarheid als volgt: 

Luchterduinen: 130 m – 40 m (verdwijnt achter de horizon) = 90 meter,

HK zuid III en IV: 190 m – 25 m (verdwijnt achter de horizon) = 165 meter.

Deze effecten zijn niet zichtbaar in het visualisatietool.

Pagina 32 – tabel 5.1- zeezoogdieren

Wij verzoeken aanvullend onderzoek op de effecten van (sterk wisselende) electromagnetische velden op (het oriëntatievermogen) van zeezoogdieren

Wij verzoeken u extra onderzoek tussen de in deze Mer-en te meten (cumulatieve) effecten op zeezoogdieren en ander onderwaterleven en de resultaten voor beiden indien 2100 MW geconcentreerd geplaatst wordt op IJmuiden Ver om de verschillen in effecten on beeld te krijgen.

Pagina 33 – tabel 5.1 – overige gebruiksfuncties – Recreatie en Toerisme

Wij verzoeken u voor het onderzoek naar effecten op Recreatie en Toerisme geen gebruik te maken van het onderzoek van Decisio. Reden hiervoor is, dat de door Decisio beschreven effecten gebaseerd zijn op verouderde informatie en op een onjuist beeld voor de nieuw ontstane situatie, zichtbaarheid voor de hele Hollandse kust, van Den Helder tot Hoek van Holland. Dit wordt door Decisio zelf aangegeven in hun rapport. De Minister heeft al aangegeven een hernieuwd onderzoek te laten doen naar de effecten van de nieuwe situatie. 

Correcte en ‘up to date’ data vindt u in het rapport “Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

Voor cijfers over de effecten op toerisme verwijzen wij naar onderzoek in opdracht van Stichting Vrije Horizon onder strandbezoekers, gedaan in augustus 2015. http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Pagina 33 – tabel 5.1 – Landschap

Wij verzoeken u de visualisatie van het Ministerie van I&M  niet te gebruiken, maar gebruik te maken van echte foto’s van bijvoorbeeld Luchterduinen vanaf het strand of veldonderzoek aan de kust. Foto’s zijn aan te passen naar de afstand van 18 km uit de kust (er verdwijnt dan 15 meter minder achter de bolling van de horizon) en de hoogte van de turbines. Bij een voorbeeld van 190 m tiphoogte op 18 km in de nieuwe situatie ten opzichte van Luchterduinen (130 m op 23 km uit de kust) is de zichtbaarheid als volgt.

 1. Luchterduinen: 130 m – 40 m (verdwijnt achter de horizon) = 90 meter.

 2. HK zuid III en IV: 190 m – 25 m (verdwijnt achter de horizon) = 165 meter.

Deze effecten zijn niet zichtbaar in het visualisatietool.

Wij verzoeken u nader onderzoek te doen naar de mogelijke effecten van concentraties van windturbinevelden op het microklimaat. Er zijn aanwijzingen dat – door menging van de lucht vlak boven zee en de bovengelegen luchtmassa’s – er meer mist- en regenvorming zal plaatsvinden. Onderzoek aan de State University van New York wees uit dat de plaatsing van een zeer groot windturbineveld in Texas de oorzaak is van een stijging van de oppervlaktetemperatuur met 0,7% in tien jaar tijd. Dit zou veroorzaakt worden doordat de windturbines ’s nachts warme lucht naar beneden trekken. (mening van lucht van verschillende temperaturen)

Pagina 34 – 5.2.2 Cumulatie

De milieueffecten die gepaard gaan met de voorgenomen activiteiten kunnen cumuleren met de effecten van andere plannen, projecten en handelingen. Het is van belang om goed af te bakenen welke plannen, projecten en handelingen meegenomen worden in de cumulatie. In ieder geval dient het te gaan om plannen, projecten en handelingen die leiden tot relevante effecten, dat wil zeggen effecten die samen met de effecten die optreden bij de voorgenomen activiteiten leiden tot een groter totaaleffect.

Voor het onderdeel cumulatie zal eveneens gebruik worden gemaakt van het Kader Ecologie en Cumulatie (KEC) dat het Rijk hee  opgesteld conform het nationaal waterplan (2009-2015). In dit afwegingskader wordt ingegaan op de cumulatieve ecologische effecten van het realiseren van alle windparken conform de uitrol volgens het energieakkoord waarbij ook verwachte buitenlandse windparkontwikkelingen zijn meegenomen. Het KEC wordt op basis van relevante informatie uit de planMER behorende bij de Rijksstructuurvisie Windenergie op zee Aanvulling Hollandse Kust nog aangevuld. Deze versie vormt het uitgangspunt bij beoordeling van de effecten in cumulatie.

Wij verzoeken de effecten van de plannen tot 2050 te incorporeren in uw onderzoek. Aangezien de cumulatieve effecten onderzocht worden, en de grootste ontwikkelingen op de Noordzee pas na 2023 gepland en uitgevoerd worden, is de beperking tot 2023 een ontkenning van de totale cumulatieve effecten. 

Pagina 38 – Bijlagen

Wij verzoeken u in de bijlagen de volgende rapporten op te nemen: 

“Badplaatsen de mist in?” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2015/09/Badplaatsen-de-mist-in-vr-2015081-def.pdf.

“Enquêtes invloed windmolens op strandbezoek” http://vrijehorizon.nl/wp-content/uploads/2016/02/20151110-Enquêtes-invloed-windmolens-op-strandbezoek-definitief.pdf

Bijlage – Persbericht MER structuurvisie wind op zee 

 

Schermafbeelding 2016-03-03 om 12.13.59