Hulp bij het invullen van de zienswijze concept Transmissiesysteem op zee

Betreft: Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau milieueffectrapport transmissiesysteem wind op zee Hollandse Kust (zuid) (hierna; conceptnotitie kabelaanleg)

Leeswijzer

Dit document is bedoeld als leidraad om jouw argumenten voor de zienswijze voor de conceptnotitie kabelaanleg te selecteren.

Het staat je vrij hier toevoegingen bij te maken en/of je eigen woordkeuze te gebruiken.

Per argument staat beschreven op welk deel van de ‘concept notitie kabelaanleg’ dit betrekking heeft. De hele ‘concept notitie’ kun je inzien op:

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2016/01/concept%20NRD%20milieueffectrapport%20Hollandse%20Kust%20zuid%20compleet.pdf

Het digitale formulier waarop je jouw zienswijze kunt indienen, vind je op: 

https://respons.itera.nl/Formulier/hollandse-kust-zuid-concept-nrd-transmissiesysteem-op-zee

Hieronder de argumenten die wij van belang achten. Dit suggereert niet dat dit compleet is. In vet de locatie in het document, met daaronder het betreffende stuk tekst. In cursief ons verzoek voor meer informatie en/of aanvullend onderzoek. Let op: hoe meer zienswijzen er binnenkomen, hoe beter. Vertrouw er dus niet op dat de zienswijze van Stichting Vrije Horizon voldoende is. Men rekent in Den Haag al op honderden zienswijzen. Stel hen niet teleur.

Let op: Wij maken ook nog een ‘zienswijze argumenten’ document voor de ‘Kavelbesluiten 1 en 2’. Dat is een andere zienswijze op een ander rapport. Daar krijg je later bericht over. Nu kun je alvast deze zienswijze indienen. Succes en bedankt. (en vergeet niet zoveel mogelijk vrienden en familie te vragen ook hun zienswijze in te dienen).

Argumenten en verzoeken om meer informatie 

P 7 derde alinea 

Door de investeringen in infrastructuur op zee bij TenneT te bundelen, ontstaan synergievoordelen, zoals voordelige  financiering, inkoopvoordeel, standaardisatievoordeel en voordeel door kennisontwikkeling. TenneT zal daarbij samenwerken met alle relevante partijen

 

Is er een openbare / Europese aanbesteding geweest waaruit blijkt dat de gunning aan TenneT ook de meest competitieve aanbieding was? Zo ja, waar is deze te consulteren? Zo niet, is dit dan mogelijk in strijd met Europese aanbestedingsregels?

 

P 9 – footnote

Een back-up kabel is een extra kabel met als doel de beschikbaarheid van het transmissiesysteem te verhogen. Als er bijvoorbeeld één kabel wordt beschadigd kan alle transport via de tweede kabel blijven doorgaan.

Wanneer beide kabels beschadigd worden, zal er geen levering meer vanaf het platform kunnen plaatsvinden. Graag zouden wij onderzocht zien wat de verwachte reparatieduur is en wat het effect hierop is voor de leveringszekerheid van stroom. Ook zouden wij graag inzage krijgen in het back-up plan voor dit scenario.

P 12 – Routekaart voor windenergie op zee, column ‘korte inhoud’ 

Het uitgangspunt voor de routekaart is dat de opgave voor windenergie op zee het meest kosteneffectief kan worden gerealiseerd door uit te gaan van een nieuw concept van netbeheerder TenneT voor een transmissiesysteem op zee, zoals ook aangegeven in de kamerbrief ‘Wetgevingsagenda STROOM’

Er wordt gesteld dat dit concept, uitgevoerd door TenneT, het meest kosteneffectief is. Is dit een open Europese aanbesteding geweest? 

1. Graag zouden wij een toelichting ontvangen van de overige inschrijvingen op dit project.

2. Graag zouden wij de berekeningen van en de netprijzen per kWh / Mw inzien op basis waarvan TenneT de leveringen gaat uitvoeren zoals per Wet Stroom geregeld wordt.

P 14 – Inpassingsplan, tweede alinea, laatste regel.

Een toelichting waarin onder andere ingegaan wordt op de mogelijke gevolgen van het project voor de omgeving (milieu, natuur, archeologie, veiligheid en (ander) gebiedsgebruik).

Graag zouden wij specifiek onderzocht willen zien wat de mogelijke gezondheidseffecten zijn van aanleg en gebruik op bewoners, strandbezoekers en waterrecreanten. Wij denken hierbij aan mogelijke stralingseffecten / (wisselende capaciteit van) de magnetisch veld effecten.

Graag zouden wij onderzocht zien wat de economische effecten zijn van aanleg en gebruik voor ondernemers langs de kust. 

P 20 – Netinpassing – tweede alinea pagina 20

Het hoogspanningsstation Beverwijk (380 kV) is in aanbouw en is conform de huidige planning in 2016 operationeel. Het nieuwe station wordt opgenomen in de toekomstige Randstad 380Noordring, die volgens planning in 2019 gereed zal zijn. Op het hoogspanningsstation Beverwijk zijn de benodigde vier velden beschikbaar om TOZ HKZ aan te sluiten, hier is geen uitbreiding nodig.

Het hoogspanningsstation Vijfhuizen (380 kV) is in aanbouw. Het nieuwe hoogspanningsstation wordt ook opgenomen in de toekomstige Randstad 380Noordring. Op het hoogspanningsstation Vijfhuizen is er voldoende ruimte voor een uitbreiding met de benodigde vier velden waarop TOZ HKZ aangesloten kan worden.

Gezien de vele bezwaren die kleven aan de aanlandingspunten Wateringen, en de mogelijke schaalvoordelen die ontstaan bij concentratie van activiteiten, zouden wij graag onderzocht willen zien hoe het scenario eruit ziet bij plaatsing van 2100 MW opgesteld vermogen op IJmuiden Ver en het gebruik van de aanlandingspunten IJmuiden en Vijfhuizen. Volgens onze berekeningen zijn de gezamenlijke aanlandingspunten van Beverwijk en Vijfhuizen in staat om 2800 Mw te faciliteren en sluit daarbij aan op de mogelijkheden meer capaciteit op IJmuiden Ver te plaatsen. Bovendien is er mogelijk sprake van schaalvoordelen die momenteel niet of onvoldoende onderzocht zijn, en kan men mogelijk een versnelling in het realiseren van de doelstellingen  2020 en 2023 bewerkstelligen. 

P 22 – eerste alinea na tabel

Tabel 2.1. Lengtes kabeltracés op land en zee

Conclusie: de totale lengte van de kabeltracés (op zee en op land) vanaf de platforms in het windenergie gebied HKZ naar de hoogspanningsstations Wateringen en Maasvlakte is het kleinst, dit betekent lagere kosten dan aansluiting op de hoogspanningsstations Beverwijk en Vijfhuizen.

In deze conclusie wordt uitsluitend gekeken naar kabelkosten en aanlegkosten. Graag zouden wij een onderzoek zien naar de maatschappelijke effecten en kosten van deze tracés. 

P 22 – tweede alinea na tabel

Combinatie aansluiting op Maasvlakte en Wateringen

TenneT heeft  ook onderzoek gedaan of het interessant is om één platform aan te sluiten op hoogspanningsstation Maasvlakte en één platform op hoogspanningsstation Wateringen. Deze combinatie is niet interessant, want bij de aanleg van twee kabeltracés inclusief twee transformatorstations zijn er meer effecten op het milieu, meer hinder tijdens de aanlegfase en zijn de kosten hoger. Daarnaast is het beheer en de organisatie van de aanleg complexer.

Deze Concept Notitie Reikwijdte etc. gaat over het aanleggen van 2 kavels met in totaal 700 MW. Vanuit die optiek is een onderzoek naar een combinatie aansluiting overbodig (en heeft men dit onderzoek mogelijk uitgevoerd in aanloop naar de twee extra locaties welke voor de HKZ in optie staan. Aangezien TenneT blijkbaar vooruitloopt op nog te nemen besluiten, verzoeken wij u een aanvullend onderzoek te doen naar  de gevolgen van volledige plaatsing van 2100 MW op IJmuiden Ver en het aanleggen van het TOZ naar de stations Beverwijk en Vijfhuizen. 

P 25 – laatste alinea  p 25, verder op p. 26

In het MER onderscheiden we de volgende tracé-alternatieven en varianten.

Tracé-alternatief 1 – Wateringen

Vanaf de twee platforms op zee gaan de kabels via een zo kort mogelijke route naar land. De aanlanding van de kabels is ten zuiden van Kijkduin en Den Haag, en vervolgens gaan de kabels over land naar hoogspanningsstation Wateringen.

 

Waarom wordt een alternatief onderzocht voor twee platforms op zee terwijl er volgens onze gegevens voor 700 MW opgesteld vermogen slechts 1 platform noodzakelijk is? Loopt TenneT hierbij niet vooruit op nog te nemen besluiten? 

Mocht TenneT hierop vooruitlopen – wij begrijpen dat dit strategisch noodzakelijk kan zijn – dan verzoeken wij u ook een dergelijk onderzoek naar het alternatief IJmuiden Ver te laten uitvoeren, uitgaand van plaatsing van de volledige 2100 MW opgesteld vermogen op IJmuiden Ver en aanlanding op de stations Beverwijk en Vijfhuizen.

P 30 – 2.3.1 laatste alinea, verder op p. 31.

De platforms op zee van TOZ HKZ dienen niet als stapsteen naar verder gelegen windenergiegebieden en het Noordzeenet, dit is vastgelegd in het ‘Scenario Windenergie op Zee’ [lit. 11, bijlage I]. Voor windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) is er wel sprake van een verder weg gelegen windenergiegebied, maar het verbinden van het platform in dit verder gelegen gebied met een eigen kabel naar de kust is slimmer en goedkoper. De afstand tot de kust is zodanig kort dat de voor wisselstroom noodzakelijke blindstroomcompensatie niet halverwege de kabel nodig is. Dit levert binnen het windenergiegebied Hollandse Kust (zuid) ook wat meer ruimte op om windturbines te plaatsen, doordat een extra tracé voor de kabels uit het verder gelegen gebied achterwege kan blijven.

 Dit lijkt ons in tegenspraak met de conclusie uit het Decisiorapport  ‘Regionale effecten windmolenparken op zee (2016)’. Hierin wordt gesteld dat het daarin genoemde ‘alternatief B’ (o.m. plaatsing van 700 MW op Hollandse Kust west) € 700 miljoen extra kost, terwijl hier gesteld wordt dat een ‘eigen kabel slimmer en goedkoper’ zou zijn. Graag zien wij de onderbouwing van de claim dat een aparte kabel naar een verder weg gelegen gebied ‘slimmer en goedkoper’ zou zijn..

P 31 – laatste alinea

De realisatie van de platforms Alpha en Beta worden gerealiseerd in respectievelijk 2021 en 2022 conform de uitrol van de Routekaart voor windenergie op zee (Staten Generaal, 2014).

Graag zouden wij onderzocht willen zien hoe deze plandata zich verhouden tot het realiseren van de doelstellingen 2020, de haast die telkens genoemd wordt in het aanbesteden en operationeel zijn van de velden voor de Hollandse Kust, en de geplande in gebruik name van deze platforms na 2020.

P 32 – 2.3.2. Vier kabelsystemen op zee

Vanaf elk platform lopen twee 220 kV kabels naar de kust. In totaal omvat het systeem dus vier kabels op zee. Deze kabels transporteren wisselstroom met een spanningsniveau van 220 kV. Het kabelsysteem op zee bevat drie fasen per kabel. De benodigde breedte voor het tracé van de 220 kV kabels is opgebouwd uit:

• de afstand tussen de kabels: 200 m;

• een onderhoudszone aan weerszijden van de kabelcorridor: 500 m;

  • de totale strookbreedte van de kabels op zee is daarmee 1.600 m (3×200 m+2×500 m).

Graag zouden wij onderzocht willen zien naar de kwetsbaarheid van deze kabelsystemen voor beschadigingen van buitenaf (zoals oorlog, terrorisme,), en welke noodplannen er zijn bij dergelijke calamiteiten om de stroomvoorziening te garanderen. Dit onderzoek zou, voor een goed vergelijkbaar resultaat) voor alle tracés moeten worden uitgevoerd en meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming voor elk tracé.

P 37 en verder – In de tabel is de kolom ‘Aspect’ als indicatie genomen.

Aspect – Natura 2000

Wij verzoeken u de effecten zoals beschreven in uw beoordelingscriteria niet te willen beperken tot deze Concept Notitie, maar deze in het groter geheel van alle effecten van plaatsing en tracés van windturbines op zee te onderzoeken. Het gaat tenslotte om het cumulatieve effect van alle voornemens en de hiervoor te nemen compenserende maatregelen.

Aspect – flora en fauna

Wij verzoeken u de effecten zoals beschreven in uw beoordelingscriteria niet te willen beperken tot deze Concept Notitie, maar deze in het groter geheel van alle effecten van plaatsing en tracés van windturbines op zee te onderzoeken. Het gaat tenslotte om het cumulatieve effect van alle voornemens en de hiervoor te nemen compenserende maatregelen.

Wij verzoeken u ook te onderzoeken wat de cumulatieve effecten van elektromagnetische velden en laagfrequente geluidsgolven onder water op zee(zoog)dieren hebben.

Wij verzoeken u te onderzoeken of er een relatie bestaat tussen de toenemende stranding van potvissen en andere zeezoogdieren en de toenemende industriele benutting van de Noordzee.

Wij verzoeken u te onderzoeken wat de effecten op de leefomgeving van zee(zoog)dieren zijn van concentratie van de bouw op één locatie (IJMuiden Ver) ten opzichte van de bouw op verspreide locaties.

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de dichtheid van zee(zoog)dieren in de strook Hollandse Kust en die van verderop gelegen gebieden zoals IJmuiden Ver. Zie kaart vogels op pagina 11 en kaart zeezoogdieren op pagina 12 van het rapport Frisse Zeewind (http://www.noordzee.nl/wp-content/uploads/2011/06/Frisse_Zeewind2_2005.pdf). Tevens verzoeken wij u aan te geven waarom – naast het kostenaspect – gekozen wordt voor bebouwing van een gebied waarin – volgens dit rapport van de gezamenlijke natuurorganisaties – de habitat het meest kwetsbaar is. 

In het persbericht van 24 maart 2014 van de Commissie voor de milieueffectrapportage – milieueffectrapport structuurvisie wind op zee  (zie bijlage) –  staat onder meer:

‘Uit het rapport blijkt dat binnen de zoekgebieden (meer dan) genoeg ruimte aanwezig is om het gewenste vermogen aan windenergie te realiseren. Er is dus keuzeruimte om te zoeken naar locaties voor windparken binnen de zoekgebieden die het beste scoren op energieopbrengst, natuur en milieu. Dit onderzoek heeft echter niet plaatsgevonden.

De Commissie m.e.r. vindt dit essentiële informatie om een goed onderbouwde afweging te kunnen maken over locaties. Zij adviseert in een aanvulling op het rapport de keuzeruimte in beeld te brengen via alternatieven met verspreid gelegen of juist zoveel mogelijk aaneengesloten windparken.’

Wij verzoeken u dit advies van de Commissie m.e.r. over te nemen en alsnog onderzoek te doen naar deze alternatieven alvorens er onomkeerbare besluiten genomen worden. Mochten deze onderzoeken al gedaan zijn, dan verzoeken wij u ons aan te geven waar deze te consulteren zijn.

Aspect – landschap

Zichtbaarheid platforms op zee – Wij verzoeken u ook onderzoek te doen volgens de kwantitatieve methode en aan te geven of en hoe vaak de platformen zichtbaar zijn vanaf de kust.

Ook verzoeken wij u een belevingsonderzoek onder strandbezoekers en kustbewoners te doen naar de zichtbaarheid van deze platformen en de effecten hiervan op de (geestelijke) volksgezondheid. 

Aspect – veiligheid / scheepvaart

Wij verzoeken u onderzoek te doen naar de statistische mogelijkheid tussen een ‘aanvaring’ van op drift geraakte schepen en de platformen dicht onder de kust, de mogelijke milieugevolgen hiervan en welke maatregelen noodzakelijk zijn om dit te voorkomen c.q. te beperken. 

Wij verzoeken u daarbij ook onderzoek te doen naar deze mogelijkheden op velden verder uit de kust (IJmuiden Ver) langs dezelfde lijnen. 

Wij verzoeken u een afweging te maken welke opstelling de kortste reactietijd heeft ter voorkoming van een (milieu)ramp op de kust en deze overweging mee te nemen in uw besluitvorming.

Aspect – hinder

Wij verzoeken u in uw onderzoeken mee te nemen of het effect van de aanleg van (verspreide) windturbinevelden een andere aanslag pleegt op de leefomgeving van de bestaande en trekkende habitat dan bij de aanleg van grotere, geconcentreerde velden verder op zee. Tevens verzoeken wij u aan te geven op welke criteria men meent te moeten kiezen voor elk van beide alternatieven, voorzien van een wegingsfactor voor elk der criteria.

Aspect – recreatie

Wij verzoeken u uw onderzoek uit te breiden met een kwantitatief onderzoek teneinde de hoeveelheid recreanten in kaart te brengen waarop de kwalitatieve effecten op van toepassing zijn.

Bijlage –  Persbericht

Schermafbeelding 2016-03-03 om 12.13.59